Olijfboom van Akkarit · Al-Badawi-olijfboom · Oude olijf van Aegina (vallei van Eleonas) · Oude olijfbomen van Cyprus (de natuurmonumenten van het Department of Forests) · Anıt Zeytin van Bakır, Kırkağaç (Kocazeytin) · Anıt Zeytin van Haydarköy, Mut · Ata Ağaç (Voorvaderboom) · Olijfgaard van Bidnija (Iż-Żebbuġ tal-Bidnija) · Olijfboom van Echraf · Oude olijfgaarden van Georgië (berg Urta, Hetta, Tsapshchi) · Gerontoelia st' Adisarou (Throuba Naxou) · Mastrinka (oude olijf van Kaštel Štafilić) · Moederolijf van Kalamata (Mana Elia) · Oude Kaninjot-olijf van Kanina · Oude olijfboom van Brijuni (Brijunka) · Olijf van Azoria (Kavousi) · Olijf van Sint-Augustinus (Thagaste) · Olivera de les Quatre Potes (Olivo de las cuatro patas) · Olivo de las parejas · Olivo del Arroyo Carnicero · Olivo di Sant'Emiliano · Olivo Mater, conocido como "El Pulpo" · Olivo Milenario de Sant Jordi · Olivo Mil·lènia · Olivo recuperado de Cervera del Maestre · Olijf van Xyliatos (Potima)
Boomportret
Olijfboom van Akkarit
Akkarit, Douiret, gouvernement Tataouine, Tunesië · ~900 jaar, toegeschreven in portaalberichten; hield het record als oudste van Afrika tot de erkenning van Echraf
De boom staat bij Akkarit, aan de rand van het Amazigh-stadje Douiret in het gouvernement Tataouine, in het zuiden van Tunesië. In geen enkele geopende bron zijn gemeten afmetingen van de boom gevonden. Het dossier is kort: portaalberichten over zijn leeftijd, en één erkenning die hem alleen zijdelings raakt.
Het leeftijdscijfer is 900 jaar, en het is een toeschrijving. Het komt uit een bericht dat vanuit de Tunesische staatsmedia via het Saudi Press Agency werd doorgegeven, in de versies die de Gulf Herald en Riyadh Daily publiceerden. Geen van beide stukken noemt een persoon of laboratorium achter het cijfer, en een dateringsonderzoek van de boom is niet gevonden.
Het cijfer van 900 jaar doet ertoe omdat het gold als de claim op de oudste olijf van Afrika, tot het Tunesische Olijfinstituut de Echraf-boom bij El Haouaria in het noorden van Tunesië als de oudste van het continent erkende. In de persberichten verdrong de Echraf-erkenning de claim van de Akkarit-boom.
De boom levert nog altijd olie, op gezag van dezelfde berichten. De aanzetregel voor dit portret droeg de claim dat hij in vruchtbare jaren meer dan 1.500 liter olie geeft. Geen geopende bron staaft dat cijfer, en in deze tekst wordt het niet gebruikt.
Voor de boom is geen beschermingsinstrument gevonden: geen ministerieel besluit, geen vermelding in het staatsblad, geen registernummer. In het dossier leeft hij voort als een regionaal herkenningspunt waarvan leeftijd en productie op niet-toegeschreven cijfers rusten.
Uit het openbare register: thegulfherald.com · alriyadhdaily.com
Boomportret
Al-Badawi-olijfboom
Al-Walaja, Bethlehem, Westelijke Jordaanoever, Palestina · concurrerende toegeschreven leeftijden van 3.000-5.500 jaar; voltijds bewaakt door Salah Abu Ali
De boom staat in Al-Walaja, een dorp aan de rand van Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever, vlak tegen de Israëlische afscheidingsmuur, die de berichten op tien tot twintig meter van de boom plaatsen. Gepubliceerde afmetingen geven hem een hoogte van zo'n 12 tot 13 meter en een breedte van ongeveer 25 meter, met een kroon die ruwweg 250 vierkante meter beslaat en wortels die het bericht van Middle East Eye tot een diepte van ongeveer 25 meter voert. Roya News beschrijft de boom als ongeveer 22 stammen die als één geheel met elkaar verbonden zijn, een vorm die de bewaker een 'olijfwijngaard' noemt. Een meting van de stam zelf is niet gepubliceerd.
Elk leeftijdscijfer is toegeschreven, en onderling stemmen ze nergens overeen. Het Palestijnse ministerie van Landbouw wordt in het Middle East Eye-bericht van 2019 geciteerd op ongeveer 5.000 jaar. Ruba Saleh houdt het in haar stuk in de Jerusalem Quarterly, 'In the Seam Zone', op zo'n 4.000 tot 5.000 jaar, op de schatting van Japanse en Europese deskundigen. Roya News bracht in 2018 schattingen van ongeveer 3.000 jaar van Italiaanse en ongeveer 5.500 van Japanse deskundigen. Atlas Obscura meldt dat twee teams, een Italiaans en een Japans, de boom in 2010 met koolstofdatering onderzochten en op een marge van 3.000 tot 5.500 jaar uitkwamen. Van geen van deze cijfers is een laboratoriumrapport of publicatie gevonden.
De bewaker staat in het dossier. Salah Abu Ali, die zichzelf de dienaar van de boom noemt, bewaakt hem sinds de Palestijnse Autoriteit hem aanstelde, tegen een salaris dat de berichten op ruwweg 410 dollar per maand stellen. Hij pompt water uit de bron boven het terrein, verzorgt de grond en slaapt onder de boom zoals zijn vader vóór hem; zijn zoons helpen mee en slapen er ook. Tegen Middle East Eye zegt hij dat de boom 'de geest betovert' en dat het de mooiste boom van Palestina is, en de familie, eigenaar van de grond, weigert te verkopen. Roya News meldt dat de aanstelling volgde op een verzoek van dorpsfamilies nadat Israëlische civiele en militaire functionarissen monsters en metingen van de boom hadden genomen. Atlas Obscura noemt het bewaken een baan van 24 uur per dag, 7 dagen per week.
De opbrengstcijfers botsen en komen van verschillende verslaggevers. Bij Atlas Obscura oogst Abu Ali in een goed recent jaar met regen 400 kilo olijven, waar de boom twintig jaar geleden naar zijn zeggen geregeld 600 haalde; één jaar droeg de boom niets. In het bericht van Middle East Eye gaf de boom ooit een halve ton olijven per jaar en leverden de olijven van vorig jaar maar 250 kilo olie op, met ook jaren zonder enige productie. De aanzetregel voor dit portret droeg een cijfer van ongeveer 10 liter olie per oogst; geen geopende bron staaft het, en hier wordt het niet gebruikt.
De boom draagt meerdere namen. Abu Ali noemt hem 'het fort'; de oudere dorpsnamen zijn 'de oude vrouw', 'de moeder van de olijven' en 'de bruid van Palestina'. Hij heet al-Badawi naar sjeik Ahmad al-Badawi, een Egyptische soefi-heilige die lange tijden onder zijn takken zou hebben doorgebracht, en Atlas Obscura tekent op dat de boom ooit een bedevaartsoord voor soefi's was. Saleh noemt de boom in haar stuk de 'trotse wachter' van het dorp en merkt op dat het Palestijnse ministerie van Toerisme en Oudheden hem als bestemming aanbeveelt. Roya News meldt dat president Mahmoud Abbas een fles olie van de boom aan Barack Obama gaf toen die in 2009 aantrad.
De bescherming is praktisch, niet wettelijk. Er is geen besluit, wet of registervermelding gevonden die de boom beschermt; zijn positie rust op de vaste bewaking, de weigering van de familie om te verkopen, en de betekenis van de boom als symbool van de grondstrijd van het dorp. Bij Saleh staan de wortels van de boom pal in het tracé van de Muur. De leeftijdsclaims, die van de producent en het ministerie inbegrepen, staan in het dossier als concurrerende schattingen zonder vaststaande methode erachter.
Uit het openbare register: atlasobscura.com · middleeasteye.net · en.royanews.tv · palestine-studies.org
Boomportret
Oude olijf van Aegina (vallei van Eleonas)
Vallei van Eleonas, Aegina, Saronische Golf, Griekenland · leeftijd van 2.700 jaar toegeschreven aan DNA-analyse door Aristoleo (het lab van dr. Magiatis, Athene), boom gevonden in 2012; schattingen voor de gaard lopen van 400 tot 2.000 jaar
De vallei staat bekend als Eleonas, de olijfgaard, en ligt op zo'n acht kilometer van de haven van Aegina in de Saronische Golf, ten zuiden van het dorp Pachia Rachi en onder de uitlopers van de berg Oros, het hoogste punt van het eiland en het restant van een uitgedoofde vulkaan. Reisverslagen plaatsen haar op de hellingen die ooit aan Ellanios Zeus gewijd waren. Paden dalen erheen af vanuit Pachia Rachi, Kapotides en Marathon. Drie kleine kapellen, Agios Georgios, Agia Kyriaki en Agia Triada, staan tussen de bomen. De grond wordt beschreven als grotendeels eigendom van een klooster, en het Franse modehuis Hermès koos de gaard voor de opnamen van zijn collectie van 2005.
Aan één boom in de gaard hangt een specifieke leeftijdsclaim. Athan Gadanidis, oprichter van het olijfoliebedrijf Aristoleo, schrijft dat hij de boom in 2012 vond en hem zijn 'Mama tree' doopte, en dat bladeren uit de bovenste, middelste en onderste takken naar het Atheense laboratorium van dr. Magiatis gingen. Op grond van die DNA-analyse stelt Aristoleo dat de boom ongeveer 2.700 jaar oud is en van het ras dat het Aegean Throuba noemt, het meest verbreid op het eiland Thasos. Dezelfde pagina stelt dat de boom van Aegina van hetzelfde ras is als een boom op Naxos die Aristoleo op zo'n 5.000 jaar zet en de 'Pisistratous olive tree' in Athene die het op zo'n 2.500 jaar houdt, en dat geen van de drie geënt is. Gadanidis leest dat als bewijs dat kwekers in de oudheid de bomen in kwekerijen uit stekken opkweekten en over de Egeïsche eilanden en Attica uitplantten.
Het cijfer van 2.700 jaar geldt voor één boom en is niet het getal dat de meeste beschrijvingen van de gaard vermelden. We Love Aegina geeft de stammen een geschatte leeftijd van 400 jaar en voegt toe dat sommige op grond van berekeningen 1.500 jaar oud zijn. One Day Cruise houdt de olijven eveneens op ruim 400 jaar. Greeka schrijft dat bij sommige bomen alleen al de buitenste bast 400 tot 500 jaar oud is en dat de oudste op niet minder dan 1.500 tot 2.000 jaar zijn geschat. Olympic Holidays meldt bomen die voor ruim 1.000 en mogelijk 2.000 jaar oud worden gehouden. Geen van deze pagina's noemt een daterende instantie of een methode, en in geen enkele geopende pagina is een spoor gevonden van een onderzoek door het Griekse onderzoekscentrum Demokritos.
De opgetekende maten verschillen per bron. Greeka geeft een van de grootste bomen 13 meter rond de stam, met een inwendige holte van 2,5 meter doorsnee. We Love Aegina noteert een boom waarvan de stam aan de voet een oppervlak van 30 vierkante meter beslaat. One Day Cruise beschrijft stammen die 10 meter omtrek halen, en Olympic Holidays meldt omtrekken van meer dan 40 voet, ruwweg 12 meter, met stammen die door ouderdom zijn uitgehold.
De gaard ligt op het eiland van de tempel van Aphaea, maar geen bron die hier geopend is verbindt de olijfbomen met het heiligdom of met de olijfolieprijzen van de Panatheense spelen. De gedocumenteerde prijsolie van de Panathenaeën kwam van de heilige olijfbomen van Athena, de moriai, overgeplant naar de Academie in Athene; het Byzantijnse lexicon dat bekendstaat als de Suda vermeldt de moriai als de bron van die olie. Dat is een Atheense gaard, geen Eginetische.
Voor de gaard noch voor de boom is een beschermingsinstrument gevonden. Olympic Holidays meldt een groeiende beweging op Aegina die officiële erkenning van de Eleonas als erfgoedsite zoekt, maar in geen enkele hier geopende bron dook een aanwijzing, registervermelding of besluit op.
De boom draagt volgens Aristoleo nog altijd olijven, rijk aan fenolische verbindingen. Er is geen spoor gevonden van olie die onder een eigen naam uit de boom is geperst, en voor het DNA-werk waarop het cijfer van 2.700 jaar rust is geen gepubliceerd laboratoriumartikel gevonden.
Uit het openbare register: aristoleo.com · greeka.com · onedaycruise.gr · olympicholidays.com · weloveaegina.com · cs.uky.edu
Boomportret
Oude olijfbomen van Cyprus (de natuurmonumenten van het Department of Forests)
Cyprus · als natuurmonumenten beschermd door het Department of Forests; eind 2017 waren 115 losse bomen en 27 boomgroepen beschermd verklaard (bosbouwdirecteur T. Papachristophorou)
De bescherming van oude bomen op Cyprus berust bij het Department of Forests, de bosbouwdienst. Directeur Takis Papachristophorou zei tegen Phileleftheros dat een boom beschermd kan worden verklaard als hij een grote stam heeft, een kroon die zeldzaam of uniek in haar soort is, een historische of religieuze traditie, of een streek domineert, en dat eind 2017 115 losse bomen en 27 boomgroepen beschermd waren verklaard. Een overzicht van de oudste bomen van het eiland bij in-cyprus geeft het aantal als 98 oude bomen, zonder datum; de twee cijfers zijn in geen enkele hier geopende bron met elkaar in overeenstemming gebracht.
De boom die het vaakst de oudste olijf van Cyprus wordt genoemd staat bij Potima, nabij Xyliatos in het district Nicosia. in-cyprus geeft hem een omtrek van 13 meter en een hoogte van 6 meter, en het Centre of Visual Arts and Research in Nicosia noteert dezelfde omtrek van 13 meter. Hetzelfde in-cyprus-stuk stelt dat de boom na veel inspanningen van de gemeenschapsraad van Xyliatos onder de bescherming van het Department of Forests werd geplaatst, dat een decreet uitvaardigde waarin zulke bomen 'wetenschappelijk, historisch, cultureel en educatief belangrijk' heten, en belangwekkende exemplaren 'vanwege hun leeftijd of hun uitzonderlijke omvang'. De Tree of the Year 2012-flyer van het Department of Forests zou dezelfde boom een stamomvang van 12,80 meter geven; de pdf van de flyer kon hier niet worden geopend en gaf HTTP 400 terug.
In het dorp Anglisides, net buiten Larnaca, staat de boom die in-cyprus de oudste Cypriotische olijf buiten een stadskern noemt: ruim 800 jaar oud, nog vruchtdragend en onderhouden door het Department of Forests, naast een olijfmuseum. Een ArcGIS-storymap over de olijfboom op Cyprus geeft dezelfde boom in Anglisides 700 jaar. De Tree of the Year 2012-flyer van de dienst zou hem een stamomvang van 10,35 meter geven; ook die pdf kon hier niet worden geopend.
De Cypriotische traditie onderscheidt de frankoelies, 'Frankische olijven', die uit de tijd van de Frankische heerschappij (1191-1489) zouden stammen, van de apostolitzi, die zouden zijn opgeschoten uit olijfpitten die de apostelen Paulus en Barnabas neerwierpen, een onderscheid dat is opgetekend in het essay over de olijf op Cyprus van Euphrosyne Rizopoulou-Egoumenidou, academica aan de Universiteit van Cyprus. De 2012-flyer van het Department of Forests zou groepen oude bomen vermelden bij Anogyra (43 bomen), Germasogia (18) en Pano Lefkara (18), en stellen dat na een beschikking van de minister van Binnenlandse Zaken veel groepen en losstaande olijfbomen beschermd zijn verklaard, met de dienst als verantwoordelijke voor hun verzorging. Niets van de tekst van die flyer kon rechtstreeks worden geopend.
Elders komen de cijfers uit lokale verslaggeving. Een artikel op Good News in Cyprus geeft de olijfboom bij de Golden Donkeys Farm in Skarinou een geschatte leeftijd van 1.500 jaar zonder de schatter te noemen, en beschrijft een beschermde, 800 jaar oude olijfboom op het terrein van de boerderij Terra Oliva (Ktima Sofokleous) bij Lefkara.
Geen van deze leeftijden is een gedateerde meting. Olijfstammen zijn op Cyprus, net als in Griekenland, doorgaans hol, ringtellingen zijn onbetrouwbaar, en de gepubliceerde schattingen leunen op stamomvang. Rizopoulou-Egoumenidou tekent de zeer oude olijfbomen met holle stammen en de twee traditionele namen op. Elk cijfer hierboven is een toeschrijving; de bronnen vermelden geen methode.
De aanzetlijst voor dit portret noemde nog meer bomen: een olijf bij Akrotiri met een toegeschreven leeftijd van ruim 1.500 jaar, een 'olijf van Vouches' bij Skoulli, en beschermde exemplaren bij Athiainou, Flasou, Psematismenos, Akamas, Kato Lefkara, Anogyra, Potamiou en Skarinou. Daarvan zijn Anogyra (als frankoelies-groep van 43) en Skarinou hierboven gedocumenteerd. Geen hier geopende bron vermeldt een 1.500 jaar oude olijf bij Akrotiri, een olijf met de naam 'Vouches' bij Skoulli, of beschermde olijven bij Athiainou, Psematismenos, Kato Lefkara of Potamiou. De cijfers van 1.500 jaar die voor Cyprus wél opdoken horen bij een terebint bij Apesia, die beide overzichten onder de oudste bomen van Cyprus scharen, en bij de olijf van Skarinou.
Het werk van het Department of Forests loopt door. Hetzelfde Phileleftheros-interview tekent op dat oude bomen worden behandeld als levende natuurmonumenten, verbonden met de geschiedenis en traditie van het eiland. In geen enkele geopende bron doken besluitnummers of staatsbladverwijzingen voor afzonderlijke Cypriotische olijven op; de bescherming rust op ministeriële beschikkingen en dienstdecreten waarvan de nummers in de gevonden stukken niet zijn gepubliceerd.
Uit het openbare register: en.philenews.com · web.archive.org · goodnewsincyprus.com · storymaps.arcgis.com · ia800602.us.archive.org
Boomportret
Anıt Zeytin van Bakır, Kırkağaç (Kocazeytin)
Bakır, Kırkağaç, Manisa, Turkije · in 2010 als anıt ağaç geregistreerd door de Tabiat Varlıklarını Koruma Kurulu; leeftijd opgetekend als 1.657 jaar
De boom groeit in de wijk Bakır van het district Kırkağaç in Manisa, de Turkse provincie met de meeste olijfbomen. De survey in de Aegean Geographical Journal van 2025 telt er ongeveer 30,6 miljoen olijfbomen, vóór Aydın met 25,2 miljoen, İzmir met 21,7 miljoen en Muğla met 19,7 miljoen, op basis van de cijfers van het Turkse statistiekbureau over 2023. Het milieuplan van Manisa vermeldt 274 geregistreerde anıt ağaç in de hele provincie. In de botanische literatuur staat de boom bekend als Kocazeytin, de grote olijf; onder die naam werd hij in 2002 bestudeerd door Satıl, Tümen en Soykan.
De registratie staat in het Manisa Çevre Düzeni Planı, het provinciale milieuplan, dat stelt dat de boom in 2010 als anıt ağaç werd geregistreerd door de Tabiat Varlıklarını Koruma Kurulu, de raad voor de bescherming van natuurwaarden. Het plan geeft geen besluitnummer. De survey die de boom opvoert opent met de Turkse indeling van monumentbomen in historische, mystieke, folkloristische en maatgebonden groepen, het stelsel waarbinnen een geregistreerde anıt ağaç beschermd is. Het eigen veldproject van de survey besloeg Akhisar en Kırkağaç samen; de titel noemt beide districten. Het anıt ağaçlar-register van het ministerie, anitagaclar.gov.tr, dat de compilatie van 2025 als de officiële lijst aanhaalt, gaf tijdens dit onderzoek geen bereikbare pagina, zodat het primaire registratiebesluit niet is geopend.
Het plan zet de leeftijd op 1.657 jaar. De survey van 2025 voert de boom onder de monumentale olijven van Turkije op met een geschatte 1.640 jaar, vierde in zijn eigen leeftijdsranglijst, achter Ata Ağaç in Milas met 3.200, een boom bij Bayat in Soma met 2.090 en één bij Gökçeköy in Saruhanlı met 2.005. Beide Kırkağaç-cijfers zijn toeschrijvingen; een laboratoriumdatering van deze boom is niet gevonden, en de eigen tekst van de survey waarschuwt dat olijfleeftijden per bron verschuiven omdat holle, gedraaide stammen ringtelling onmogelijk maken.
Op de metingen splitst het dossier. Het plan geeft een stam van 10,6 meter doorsnee, een kroon van 13 meter breed en een hoogte van 6,84 meter. De survey van 2025 meet de stamomtrek op 10,30 meter en de diameter op 3,28 meter. Het cijfer 10,6, in het plan een diameter genoemd, is vrijwel zeker de omtrek onder een verkeerd etiket; de twee omtrekcijfers, 10,30 en 10,6 meter, liggen dicht bij elkaar maar zijn niet met elkaar in overeenstemming gebracht, en voor geen van beide is een meethoogte gepubliceerd.
De boom draagt nog altijd olijven van vier lokale rassen, Memecik, Edremit, Uslu en Trilye, het opgestapelde resultaat van generaties enten. De vier rassen worden in het plan zelf genoemd: vier cultivars geënt op die ene stam, wat het plan leest als het werk van opeenvolgende generaties kwekers, en dit is de grond voor zijn claim dat de boom, nog altijd vruchtdragend, de oudste vruchtdragende olijf ter wereld is. Hetzelfde plan noemt hem ronduit de oudste boom van Turkije en de op twee na oudste boom ter wereld, claims die de leeftijdstabel van de survey van 2025 niet schraagt.
Een lokale traditie wil dat Maria de boom plantte voor het kind Jezus, toen zij op weg van Bergama naar Efes door Kırkağaç trok. Het plan voegt toe dat de Nederlandse onderzoekster Ticia Verveer monsters nam en in 2016, per bericht aan het districtsbestuur van Kırkağaç, meldde dat koolstofonderzoek de boom tijdgenoot van Jezus maakte. Noch de traditie, noch de Verveer-test geldt hier als vaststaand; de test staat niet te boek als een peer-reviewed resultaat, en een publicatie van Verveer is niet gevonden.
Dezelfde survey van 2025 noteert in Bakır nog meer oude olijven, met 9,90 meter omtrek (geschat 1.260 jaar), 8,80 meter (1.120 jaar) en 6,50 meter (1.040 jaar), en bij Musahoca in Kırkağaç een boom van 7,40 meter, geschat op 1.180 jaar. De boom staat dus in een van de dichtste concentraties oude olijven die in Turkije zijn opgetekend, een cluster dat de survey documenteert als deel van hetzelfde Akhisar-en-Kırkağaç-project dat zijn tabellen opleverde.
Het Tabiat Varlıklarını Koruma Genel Müdürlüğü van het ministerie liet een inventarisatie van de geregistreerde anıt ağaç van Manisa uitvoeren, in 2020 als rapport afgerond, en in 2021 een aanbesteding voor herstel en restauratie van alle geregistreerde anıt ağaç in Manisa en Muğla, met bebording, onderhoud en herstelwerk: een bestuurlijk programma dat de buurt van deze boom omvat. Er is geen spoor gevonden dat uit de boom zelf olie wordt geperst.
Uit het openbare register: webdosya.csb.gov.tr · dergipark.org.tr
Boomportret
Anıt Zeytin van Haydarköy, Mut
Haydarköy, Mut, Mersin, Turkije · als anıt ağaç geregistreerd bij besluit 23.12.2009/5577 van de regionale raad voor de bescherming van natuurwaarden; leeftijd opgetekend als 1.300 jaar
De boom staat net ten westen van het dorp Haydarköy, in het provinciale register opgetekend als Haydar Mahallesi, in het district Mut van Mersin, in het dal van de rivier de Göksu onder het Torosgebergte. Het dorp ligt op de oostoever van de Göksu, ten westen van de D.715, op 32 kilometer van de stad Mut en 137 kilometer van Mersin, op ongeveer 190 meter boven zeeniveau. De economie van het district draait op olijven, abrikozen, granaatappels en vijgen, met de olijventeelt als oudste van die teelten.
De registratie staat in het bestuurlijke dossier. Het Mersin Çevre Düzeni Planı, het provinciale milieuplan, voert de boom in zijn tabel van geregistreerde monumentale bomen op als rij 7: Mersin, Mut, Haydar Mahallesi, olijf (Olea europaea L.), leeftijd 1.300, één boom, onder een besluit gedateerd 23.12.2009 met nummer 5577. De Engelstalige verslaggeving beschrijft de aanwijzing als het werk van een regionale raad voor de bescherming van natuurwaarden. De besluiten in het register lopen van 1982 tot en met 2011, wat deze registratie uit 2009 bij de nieuwere plaatst. De eigen paragraaf over natuurmonumenten in het plan omschrijft een tabiat anıtı als een natuurverschijnsel van wetenschappelijke waarde, beschermd binnen de beginselen van de wet op de nationale parken, het kader waarin het anıt ağaç-register zit. De besluittekst zelf is hier niet geopend.
De opgetekende leeftijd is 1.300 jaar. Het bericht van Hürriyet Daily News geeft 'ongeveer 1.316 jaar'. De survey in de Aegean Geographical Journal van 2025 voert de boom op met 6,30 meter omtrek en 2,00 meter diameter en een geschatte 1.300 jaar, en het bijschrift stelt dat de boom in 2009 werd geregistreerd en op 1.300 jaar werd bepaald. Het encyclopedische dossier noemt de bosbouwautoriteiten als degenen die het cijfer vaststelden. Een laboratoriumdatering is niet gepubliceerd; het cijfer lijkt de schatting die bij de registratie is vastgelegd, en de tekst van de survey waarschuwt dat olijfleeftijden per bron uiteenlopen omdat de stammen hol en gedraaid zijn.
De metingen lopen tussen de twee stukken uiteen. Het Hürriyet-bericht geeft de stamdiameter als 178 centimeter, de kroonbreedte als 7,5 meter en de hoogte als 5,5 meter. De omtrek van 6,30 meter uit de survey van 2025 impliceert een diameter van ongeveer 2,00 meter. De twee diametercijfers, 1,78 en 2,00 meter, zijn niet met elkaar in overeenstemming gebracht, en voor geen van beide is een meethoogte gepubliceerd.
De boom geeft nog elk oogstseizoen in oktober olijven, wanneer mensen uit de streek de vruchten met de hand plukken. Het hoofd van de plaatselijke landbouwkamer, Muharrem Yılmaz, zei tegen Hürriyet dat de boom een levend archief van de agrarische geschiedenis van de streek is, dat de olijventeelt in het gebied bijna 269.000 decare beslaat, en dat de boom 'er al ruim 1.300 jaar staat, vrucht blijft dragen en door de gemeenschap wordt gekoesterd'. Het cijfer van de kamer tekent het district als een van de belangrijkste olijfproducenten van Mersin. Hetzelfde bericht citeert een functionaris die als Çıraklı wordt aangeduid: olijfbomen zijn onsterfelijk als ze blijven staan, en blijven produceren zolang ze niet worden omgehakt.
Het plan van Mersin voert in het district Mut nog drie geregistreerde anıt zeytin op: bij Çortak, 820 jaar; Kurtuluş, 650 jaar; en Hacısait, 435 jaar, die het Hürriyet-bericht samenperst tot drie monumentale olijven van 450 tot 800 jaar. Het plan registreert ook elders in de provincie monumentale olijven, waaronder een Sarıulak-olijf bij Karadiken, Tarsus, met 820 jaar en een olijf bij Keben, Silifke, met 810 jaar, en het vermeldt twee natuurmonumenten, de jeneverbes Ana Ardıç en de ceder Koca Katran, bij Çamlıyayla, naast een geregistreerde plataan in het centrum van Mut, gedateerd op een besluit uit 1982. Dezelfde tabel loopt de hele provincie door, van een palmgaard bij Akdeniz tot olijven, platanen, jeneverbessen en eiken bij Tarsus, Silifke, Gülnar en Toroslar; de boom van Mut is dus één regel in een provinciebreed register. Binnen Mersin staat de boom van Haydarköy te boek als de oudste van de geregistreerde olijven.
De claim, herhaald in het encyclopedische dossier, dat de boom de oudste van Turkije is, houdt in het academische dossier geen stand: de survey van 2025 zet Ata Ağaç in Milas op 3.200 jaar en meerdere olijven in Manisa boven de 2.000, allemaal vóór de 1.300 van deze boom. Er is geen spoor gevonden dat uit juist deze boom olie wordt geperst.
Uit het openbare register: hurriyetdailynews.com · webdosya.csb.gov.tr · dergipark.org.tr · en.wikipedia.org
Boomportret
Ata Ağaç (Voorvaderboom)
Milas, Muğla, Turkije · luminescentie-gedateerd (OSL/IRSL) door Şahiner, Polymeris, Atlihan, Aktürk en Meriç, Journal of Quaternary Science 35(5), 706-715, 2020; aanplant toegeschreven aan ruwweg 3.000 jaar geleden
De boom staat in een olijftuin in het district Milas van de provincie Muğla, in het zuidwesten van Egeïsch Turkije. Ata Ağaç betekent voorvaderboom, en de studie die hem dateerde plaatst hem tussen de antieke steden Milete, aan de kant van Didim-Aydın, en Iasos, aan de kant van Milas-Muğla. Zijn stam meet ongeveer 41 voet, ruwweg 12,5 meter, in omtrek, een maat die de verslaggeving van 2019 vergeleek met de Vouves-olijf op Kreta, de boom die het vaakst als 's werelds oudste wordt aangehaald, met 3.000 tot 4.000 jaar en in 1997 tot Grieks nationaal monument verklaard. De compilatie in de Aegean Geographical Journal van 2025 noteert de omtrek op 12,56 meter en de diameter op 4,00 meter.
De dateringsmethode is gekozen omdat olijfstammen de gangbare methoden onbruikbaar maken. Oude olijven zijn grotendeels hol, het hart rot weg en de groeiringen draaien, zodat dendrochronologie noch radiokoolstof op het hout ooit een eerste ring bereikt. Prof. Niyazi Meriç, directeur van het Instituut voor Nucleaire Wetenschappen van de Universiteit van Ankara, zei tegen het persbureau Anadolu dat ringtelling en koolstofdatering lastig zouden zijn 'voor de boom in Milas, omdat hij nog leeft'. Het team dateerde daarom de grond. Luminescentiedatering meet de stralingsdosis die zich in sedimentkorrels heeft opgehoopt sinds ze voor het laatst aan zonlicht blootstonden; het Newsweek-stuk beschrijft, met een beroep op de United States Geological Survey, fotonen die bij lichtstimulatie van een monster uit opgeslagen straling vrijkomen en zo verraden wanneer de bodem voor het laatst daglicht zag. Sediment onder en rond de wortels, afgezet toen de boom werd geplant, wordt daarom gelezen als de plantdatum. Meriç beschreef hoe grond uit zeven verschillende delen van de wortelzone werd verzameld, en het artikel presenteert het resultaat als een indirecte datum voor het planten, een pilotstudie en geen directe meting van de boom zelf.
De studie werd uitgevoerd met Eren Şahiner, Georgios S. Polymeris, M. Altay Atlihan van de Universiteit van Pamukkale en Selçuk Aktürk van de Muğla Sıtkı Koçman-universiteit. Ze verscheen als 'Indirect dating of an olive tree planting event using luminescence of the sediments lying beneath the roots of the tree: a pilot study in the south-western part of Anatolia, Turkey' in de Journal of Quaternary Science, jaargang 35, nummer 5, pagina's 706 tot 715, in 2020. Er werden twee protocollen toegepast, optisch gestimuleerde luminescentie op kwarts en infrarood gestimuleerde luminescentie op veldspaat, en het artikel behandelt voorverwarmingsplateaus, statistiek van equivalente doses en dosistempo's uit gammaspectrometrie. De samenvatting beschrijft het als de eerste leeftijd die voor een olijfboom in het oostelijke Middellandse Zeegebied is gerapporteerd en het eerste experimentele bewijs dat er in de streek sinds de ijzertijd olijven worden geteeld.
Het publieke cijfer kwam vóór het artikel. In november 2019 zei Meriç tegen Anadolu en Newsweek dat de boom ruwweg drie millennia geleden was geplant, rond 1000 v.Chr., en dat het schrijven van het artikel voor een internationaal tijdschrift nog liep. Een eerdere beoordeling door landbouwingenieurs van het Turkse ministerie, op basis van stamomvang, had de boom op minstens 1.500 jaar gezet. De compilatie in de Aegean Geographical Journal van 2025 leest het resultaat van dezelfde studie als 3.200 jaar. Het perscijfer en het compilatiecijfer schelen ruwweg twee eeuwen, een spreiding die geen bron verklaart, en beide zijn toeschrijvingen; het gekalibreerde resultaat in het artikel zelf kon hier niet worden nagekeken omdat de volledige tekst achter een betaalmuur zit.
De verslaggeving van 2019 meldde dat de boom was geplant op grond die een Romeinse begraafplaats was geweest. Dat detail komt uit de persberichten, niet uit de samenvatting van het artikel, die de boom alleen tussen Milete en Iasos plaatst en aantekent dat de datering van de bijbehorende sedimenten van een oude rivierbedding voor het eerst in de dateringsliteratuur wordt gepresenteerd.
De boom draagt nog vrucht, en zijn olijven gaan naar de molen. Een Engelstalige reportage plaatst hem in een gaard van Hatice en Aydın Aktürk, die de omringende bomen op 100 tot 3.500 jaar houden en een merk voeren, Ancient Cure 3200, genoemd naar de toegeschreven leeftijd van de boom. De eigendom en het merk rusten op die ene reportage. Dezelfde verslaggeving tekent op dat de uitbater van de tuin, ATA Agac, zei dat de luminescentietest niet geschikt is om de leeftijd van olijfbomen te bepalen; het geschil staat in het dossier maar wordt niet verklaard.
Voor de boom is geen registratie-instrument gevonden. Hij komt voor in academische compilaties van de monumentale olijven van Turkije, maar tijdens dit onderzoek dook geen tescil-besluit op, geen staatsbladvermelding en geen regel in het anıt ağaçlar-register van het ministerie, en het ministerieportaal dat de compilaties aanhalen, anitagaclar.gov.tr, gaf geen bereikbare pagina.
Uit het openbare register: newsweek.com · aa.com.tr · acikerisim.mu.edu.tr:8080 · dergipark.org.tr · honestcooking.com
Boomportret
Olijfgaard van Bidnija (Iż-Żebbuġ tal-Bidnija)
Bidnija, Mosta, Malta · 20 veteraanbomen; bemonsterde stammen met radiokoolstof gedateerd CE 1450-1669
De gaard bestaat uit twintig veteraanbomen dicht bij het dorp Bidnija, drie kilometer ten noordwesten van Mosta in het noorden van Malta, binnen een afgebakend boombeschermingsgebied. Alle twintig zijn geknot op een hoogte van ongeveer twee meter, verschillende liggen inmiddels of zijn ingestort door hoge ouderdom, en alle hebben grotendeels holle kernen. De plek is omgeven door kleine akkers en grenst aan een kalkstenen uitloper waarop in 1912 de resten van een villa uit de Romeinse tijd, Tal-Bidni, werden ontdekt. Genetisch werk van Mazzitelli, Calleja, Sardella, Farrugia en Zammit-Mangion, gepubliceerd in Genetic Resources and Crop Evolution in 2015, wees uit dat de enten van de Bidnija-bomen klonen van elkaar zijn, waarbij monsters uit de boven- en onderkroon van dezelfde boom één genotype delen en er dus geen latere enting in de kroon is geweest, met een allelpatroon dicht bij cultivars die in Noord-Tunesië worden geteeld. De bomen gelden als het oude inheemse ras Bidni.
De datering is het preciezste onderdeel van het dossier van deze plek, en ze is peer-reviewed. Jonathan G. A. Lageard van Manchester Metropolitan University, Daniel Sultana van het Junior College van de Universiteit van Malta en de Environment and Resource Authority, en Francis Q. Brearley van Manchester Metropolitan University publiceerden 'Veteran trees in an historic landscape: The Bidnija olive grove, Malta' in Journal of Archaeological Science: Reports 38 (2021) 103094. Zij bezochten de gaard in januari 2016 om hem in kaart te brengen en te bemonsteren. Zes bomen, genummerd T1, T5, T8, T17, T18 en T20, bleken vijf tot twintig centimeter vanaf de stamvoet intact centraal hout te bevatten, en kleine houtmonsters werden met een snoeizaag weggenomen onder een speciale vergunning voor het wegnemen van biologisch materiaal krachtens de Environmental Protection Act 2001, onder toezicht van de Malta Environment and Planning Authority, nu de Environment Resources Authority. Monsters van twee tot zes gram gingen naar Beta Analytic in Miami voor zuur-alkali-zuur-voorbehandeling en standaard AMS-radiokoolstofanalyse, gekalibreerd met OxCal 4.4.2 en IntCal20. De drie monsters waarvan werd geoordeeld dat ze van dicht bij een centraal merg kwamen, gaven 370 ± 30 BP voor T8, 340 ± 30 voor T20 en 270 ± 30 voor T18, binnen een met twee sigma gekalibreerd bereik van CE 1450 tot 1669. De auteurs plaatsen de gaard in de midden- tot late middeleeuwen, de vijftiende tot zeventiende eeuw of iets eerder, en stellen dat hun schattingen termini ante quem zijn, omdat schimmelhyfen en de mogelijkheid van meerdere mergkernen niet volledig kunnen worden uitgesloten.
De conclusie van het artikel zelf gaat over wat de datering verdringt. Het tekent op dat de aanname dat de bomen relicten zijn uit de tijd van het Romeinse landschap breed wordt aangehangen, en zet het bewijs daarachter uiteen: San Pawl Milqi, opgegraven in de jaren 1960, met twee persen en verschillende maalstenen, en Tal-Bidni, beide op de lagere hellingen van het stroomgebied van Burmarrad en beschouwd als onderdeel van een landschap ingericht op de productie van olijfolie voor export in plaats van lokale behoefte; en de sedimentkern van Burmarrad, waarin een stijging van Olea-pollen rond 1800 cal BP wordt gelezen als de toename van de olijfproductie in de Romeinse periode. De midden- tot laatmiddeleeuwse datering, schrijven de auteurs, sluit vergelijking met die pollenreeksen uit. Zij voegen eraan toe dat de bomen, hoge knotbomen en geen hakhout, hetzelfde landgebruik kunnen aanwijzen terug tot de Romeinse periode en daarvoor, waarbij de levende bomen een betrekkelijk recente fase vormen in een continuüm van herplanting en beheer. Officiële en persberichten hebben de correctie niet gevolgd: de aankondigingen van Ambjent Malta en Heritage Malta van 7 januari 2021 beschrijven de gaard als Romeins met bomen 'wel 1.800 jaar oud', terwijl andere verslagen van dezelfde overeenkomst ze meer dan 600 jaar oud noemen. Beide cijfers blijven circuleren naast het radiokoolstofbereik.
De bescherming is gelaagd en oud. Het artikel noemt Subsidiary Legislation 445.02, de List of Historical Trees having an Antiquarian Importance Order, uitgevaardigd bij Government Notice 269 van 1933, als de wet die de gaard beschermt; het Maltese wetgevingsportaal voert dat besluit onder dezelfde ELI-verwijzing. De plek is een aangewezen Tree Protection Area, een Area of Ecological Importance en een Site of Scientific Importance, de drie aanwijzingen die de twee instanties in 2021 noemden, en ze valt onder de Trees and Woodlands Protection Regulations, waarnaar de verklaringen van beide instanties uit 2021 in hun vorm van 2011 verwijzen en die nu gelden als de Trees and Woodlands Protection Regulations, 2018, Legal Notice 258 van 2018, die zo'n negentig boomsoorten beschermen en de Environment and Resources Authority haar handhavings- en mitigatiebevoegdheden geven.
Op 7 januari 2021 ondertekenden Ambjent Malta en Heritage Malta een memorandum van overeenstemming over de gaard, aangekondigd door Aaron Farrugia als minister van milieu, klimaatverandering en planning en José Herrera als minister van nationaal erfgoed, kunst en lokaal bestuur. De maatregelen: incidenteel snoeien van dode takken en herstellend snoeien door gekwalificeerde hoveniers van de bebossingsafdeling van Ambjent Malta, onder vergunning van de Environment and Resources Authority; testen op Xylella fastidiosa, die niet in Malta voorkomt en waarvoor elke boom in de gaard negatief heeft getest; genetisch onderzoek en polyfenolanalyse met de Universiteit van Malta; vermeerdering van Bidni-olijven door luchtafleggen, waarbij bewortelde jonge boompjes direct op de takken van de moederplant worden gekweekt; camerabewaking; brandpreventie; en herstel van vervallen stapelmuren. Eerder in 2021 werd een aparte overeenkomst getekend tussen Heritage Malta, de Universiteit van Malta en de Superintendence for Cultural Heritage over het behoud van het culturele erfgoed van de plek. De toegang voor de bemonstering van 2016 werd mogelijk gemaakt door de mede-eigenaar van de plek, mevrouw Josephine Austad. De gaard is een erfgoedplek en geen werkend landbouwbedrijf, en er is geen vermelding gevonden van olie geperst uit deze bomen.
Uit het openbare register: doi.org · maltawildplants.com · newsbook.com.mt · independent.com.mt · legislation.mt · ecolex.org
Boomportret
Olijfboom van Echraf
El Haouaria, Cap Bon, gouvernement Nabeul, Tunesië · door het Tunesische Olijfinstituut erkend als de oudste olijf van Afrika; leeftijd toegeschreven aan het Fenicische tijdperk
De boom groeit bij Echraf, in de gemeente El Haouaria aan de noordpunt van het schiereiland Cap Bon, in het gouvernement Nabeul. De gepubliceerde afmetingen zijn een hoogte van 10 meter, takken met een spreiding van 12 meter, een kroon die 220 vierkante meter beslaat en wortels die 21 meter diep reiken. De cijfers komen uit het doorgeplaatste bericht, in de versies van het recordinstituut en van de pers, en er wordt geen metende instantie bij genoemd.
De erkenning in het dossier is de claim dat het Tunesische Olijfinstituut (Institut de l'Olivier) de Echraf-boom heeft erkend als de oudste olijf van Afrika. Het relaas staat in een bericht dat via de Tunesische staatsmedia en het Saudi Press Agency liep en door de Gulf Herald en Riyadh Daily werd overgenomen. Een eigen publicatie van de erkenning door het instituut is niet gevonden.
De leeftijd wordt gegeven als meer dan 2.500 jaar, wat dezelfde berichten toeschrijven aan het Fenicische tijdperk, de periode waarin Feniciërs en later Carthagers overal in Tunesië olijven plantten. Een afzonderlijk Tunesisch olijfoliebericht geeft dezelfde leeftijd en dateert de aanplant in de Punische tijd. Het cijfer is een toeschrijving, geen gedateerde meting; in geen enkele geopende bron is een koolstofdatering of ringtelling van de boom gepubliceerd.
De olie van de boom heeft een uitgesproken amandelachtige smaak, een punt waarover de portaal- en persberichten het eens zijn; ze beschrijven haar als een gekoesterd streekproduct.
De productie is gedaald. Het doorgeplaatste bericht meldt dat de boom vijftien jaar geleden zo'n 600 kilo olie gaf, vorig jaar 250, en dat hij in sommige jaren helemaal geen olijven draagt; de teruggang wordt aan droogte en een veranderend klimaat geweten. Deze cijfers komen uit één agentschapsbericht.
De vorige drager van de claim 'oudste van Afrika' was de Akkarit-boom bij Douiret in het zuiden, in dezelfde berichten op ongeveer 900 jaar gezet; in de lezing van de portalen verdrong de Echraf-boom hem. Voor de Echraf-boom is geen beschermingsinstrument gevonden, geen ministerieel besluit, staatsbladverwijzing of registernummer, en de behoudsinspanningen die de berichten beschrijven blijven lokaal en vrijwillig.
Uit het openbare register: thegulfherald.com · alriyadhdaily.com · olyfo.com
Boomportret
Oude olijfgaarden van Georgië (berg Urta, Hetta, Tsapshchi)
Regio Zugdidi, Georgië · leeftijden van ~200-250 jaar toegeschreven via literatuur uit de Sovjettijd, uit de tweede hand gemeld; geen beschermingsinstrument
Georgië heeft geen iconische oude olijf zoals de bomen met een naam rond de Middellandse Zee. Zijn dossier gaat over oude gaarden, niet over één beroemd exemplaar, en de getallen die eraan hangen zijn dun en uit de tweede hand. De aanzetregel voor dit portret wees naar de berg Urta en de dorpen Hetta en Tsapshchi in de regio Zugdidi.
De leeftijden die voor die bomen te boek staan zijn 200 tot 250 jaar, en ze bereiken dit portret via één kanaal. De Spaanse nieuwssite Olive Press, die in 2019 over een Georgische olijfopleving berichtte, stelt dat olijfbomen op de berg Urta als tot 250 jaar oud staan opgetekend en dat bomen in Hetta en Tsapshchi op 200 tot 250 jaar worden geschat, onder verwijzing naar wetenschappelijke literatuur uit de Sovjettijd 'van de jaren 1940 tot halverwege de jaren 1980'. Er wordt geen Sovjetbron genoemd, en er is er geen geopend.
Een Georgische academische bron bevestigt de historische aanwezigheid, zonder de leeftijden. Nino Orjonikidze en Nino Liparteliani van de Gori State Teaching University, schrijvend over investeringen in de Georgische olijfproductie, stellen dat olijfbomen samen met laurier verspreid op de berg Urta staan, en dat de olijfcultuur in Georgië in 1879 werd gevestigd door monniken bij Nieuw-Athos, met een grote aanplant die later een Sovjetboerderij werd. Ze tekenen op dat olijven eind negentiende en begin twintigste eeuw volop in Tbilisi stonden, toen er 60 tot 78 ton vruchten per jaar werd geoogst, en dat de olijfproductie na 1927 door de centrale staat aan Azerbeidzjan en Turkmenistan werd toegewezen. De oude Georgische rassen, waaronder het olieras 'Tbilisuri', overleven volgens hen alleen nog als losse bomen.
De huidige toestand bevestigt dat. Dezelfde auteurs merken op dat de oude rassen grotendeels niet meer bestaan of alleen als losse bomen voortleven, en dat nieuwe aanplant vooral gebeurt met zaailingen uit Turkije. Het Olive Press-bericht van 2019 beschrijft het planten van 20.000 olijfzaailingen in Oost-Georgië in 2010 als deel van een opleving, en citeert de Georgische chef Tekuna Gachechiladze dat olijven ooit vanzelf in Georgië groeiden.
Wat in het dossier ontbreekt is juist wat zo'n portret gewoonlijk bevat. In geen enkele geopende bron wordt een individuele boom bij Urta, Hetta of Tsapshchi bij naam genoemd. Er zijn geen metingen van welke Georgische olijf dan ook gevonden, geen beschermingsinstrument, geen registervermelding, en geen laboratorium of survey met naam achter de leeftijdscijfers. De leeftijd van 200 tot 250 jaar staat als een tweedehands toeschrijving aan literatuur die niet is onderzocht.
Uit het openbare register: theolivepress.es · dpublication.com
Boomportret
Gerontoelia st' Adisarou (Throuba Naxou)
Adisarou, Damarionas, Naxos, Griekenland · stamdiameter 10,8 m, omtrek 29 m; hele genoom gesequencet als 'Throuba Naxou'
De boom staat bij Vrysi t' Adisarou, vlak bij Damarionas op Naxos, onder het Byzantijnse kasteel van Apaliros, naast de bron die de plek haar naam geeft, tussen hoge platanen en vlak bij een kleine kapel van Sint-Isidorus die volgens verslagen van Naxos zo'n vijfhonderd jaar oud is. De hoofdstam is in de loop van de tijd verloren gegaan en in vele takken uiteengevallen. De gepubliceerde cijfers zijn een stamdiameter van 10,8 meter en een omtrek van 29 meter, groot genoeg dat bezoekers zich in de stam laten fotograferen. Bij geen van beide cijfers wordt een metende instantie genoemd. Het ras wordt lokaal opgegeven als throumpolia van de Egeïsche Zee.
De leeftijdsclaim en de leeftijdsschatting in de literatuur zijn twee verschillende dingen. De landbouwkundige en onderzoeker Giorgos Kostelenos, die de boom naar voren bracht, werkt vanuit een aangenomen radiale groei van één millimeter per jaar en schat op die basis 5.000 tot 6.000 jaar, waarbij hij de boom presenteert als pre-Minoïsch en waarschijnlijk de oudste olijf ter wereld. Die methode is de zijne en er is geen laboratoriumdatering van de boom gepubliceerd. De twee peer-reviewed artikelen die de boom noemen, geven een lager cijfer en geven het als schatting, niet als resultaat. Tourvas en collega's, schrijvend in Frontiers in Genetics op 4 december 2023, beschrijven 'de meer dan 3.000 jaar oude monumentale olijfboom Throuba Naxou' en 'een monumentale boom van het eiland Naxos met een geschatte leeftijd van meer dan 3.000 jaar'. De pers op Naxos herhaalt 5.000 tot 6.000, en de catalogusregel vermeldt een claim van meer dan 5.000. Geen daarvan is een gedateerde meting.
Wat het peer-reviewed werk wél vaststelt, is genetisch. Tourvas, Ganopoulos, Koubouris, Kostelenos, Manthos, Bazakos, Stournaras, Molassiotis en Aravanopoulos, werkend vanuit de Aristoteles-universiteit van Thessaloniki, de Helleense landbouworganisatie ELGO-DIMITRA en het Max Planck Institute for Plant Breeding Research, genotypeerden de boom met tien SSR-merkers. 'Throuba Naxou' bleek een identiek gecontracteerd multilocusgenotype te delen met de commercieel verkrijgbare kloon 'Throuba' en het referentiemonster 'Throubolia', en clustert met een vermoedelijk wild monster uit Midden-Griekenland en twee geteelde monsters van Ikaria. De auteurs schrijven dat de overeenkomst van het genetische profiel van 'Throuba Naxou' met de cultivar 'Throubolia', samen met een blootgelegde genuitwisseling van het wild naar de geteelde genenpool, aanwijzingen zijn die de veronderstelde rol van de Griekse regio als brandpunt van de evolutie van de olijventeelt ondersteunen. Dezelfde boom werd opgenomen in een genoombrede scan van 89 olijfgenotypen uit het hele Middellandse Zeegebied, gepubliceerd door Bazakos en collega's in The Plant Journal in 2023, en daar onderzocht om de mogelijke oorsprong en routes van de domesticatie van de olijf te karakteriseren.
Geen aanwijzing beschermt het. Op 14 mei 2018 organiseerden de gemeente Naxos en de Kleine Cycladen een evenement in het Iakovos Kampanellis Municipal Theatre, waar Kostellenos de boom presenteerde, na een scheut ervan te hebben onderzocht en concludeerde dat de hele boom eerder wordt gekweekt dan wild, die hij las als bewijs van oude enting kennis. Hij noemde olijfstenen uit het gebied gedateerd tot 1500 v.Chr. en geïdentificeerd met vondsten van pre-Minoïsch Kreta, een match gemeld van hem zonder een gepubliceerde opgraving referentie. De burgemeester, Manolis Margaritis, vroeg hem om een hoofdstuk voor een gemeentelijke volume op de monumenten van het eiland en voor stekken om te planten op zichtbare punten op het eiland, en de gemeente verklaarde een intentie om te werken met de bevoegde instanties op certificering en promotie, om de toestand van de boom te beoordelen en de instandhoudingsmaatregelen te nemen die nodig zijn om de verslechtering ervan te vertragen. Sindsdien is er geen enkele aanwijzing, beslissing of registratie verschenen. Er is geen eigenaar genoemd en er is geen bewijs gevonden van olie geperst uit de boom.
Uit het openbare register: pmc.ncbi.nlm.nih.gov · frontiersin.org · naxostimes.gr
Boomportret
Mastrinka (oude olijf van Kaštel Štafilić)
Kaštel Štafilić, Kaštela, Split-Dalmatië, Kroatië · botanisch natuurmonument, besluit van de gemeenteraad van Kaštela 1990; vermelding in het ruimtelijk plan van de stad Kaštela
De boom staat op de binnenplaats van kleuterschool 'Maslina' in Kaštel Štafilić, een van de zeven kustplaatsen die samen de stad Kaštela vormen in de provincie Split-Dalmatië, aan de kust tussen Split en Trogir. Plaatselijk heet hij Mastrinka, de 'oudste Kaštelanka'. De toeristische dienst van Split-Dalmatië en het stadsportaal van Kaštela beschrijven hem allebei als een uitzonderlijk natuurmonument. Zijn stam heeft een omvang van zes meter, zijn kroon een doorsnee van tweeëntwintig meter, en de hoogte wordt gegeven als tien meter; bij geen van deze cijfers wordt een metende instantie genoemd.
Het wortelstelsel is het kenmerk dat de bronnen eruit lichten. De boom heeft geen enkele hoofdpenwortel; in plaats daarvan heeft zich over een oppervlak van ruwweg honderd meter een wortelstelsel ontwikkeld, een opbouw die het portaal van Kaštela en de toeristische dienst in dezelfde bewoordingen beschrijven. Het ras is een oliecultivar, uljarica, met klein blad en kleine vruchten. Volgens dezelfde stukken staat er in de wijdere streek vandaag geen boom van dit ras meer, en men neemt aan dat het zaad in de oudheid uit Zuid-Italië of Griekenland is meegebracht. Het portaal van Kaštela zet de plantgrond in zijn Romeinse kader: het land tussen Salona en Tragurium werd in de eerste eeuw n.Chr. bewerkt, werd onder keizer Claudius onder veteranen verdeeld, en het artikel oppert dat Romeinse veteranen olijfzaad kunnen hebben meegenomen naar de nederzetting Siculi bij het huidige Resnik.
De leeftijd staat in elk verslag en wordt door geen enkel toegeschreven. De toeristische dienst, het portaal van Kaštela en Skrivena Dalmacija stellen alle drie dat de boom meer dan 1.500 jaar oud is, en het portaalartikel van 2004 herhaalt 'meer dan 1500 jaar'. Geen bron noemt wie de schatting maakte of met welke methode, en geen instelling behandelt het cijfer als vaststaand. De Kroatische post legde het ronde getal op 20 april 2001 vast in het filatelistische dossier, met een herdenkingszegel, catalogusnummer 391, genaamd '15 eeuwen olijf in Kaštel Štafilić'.
De bescherming is tweemaal vastgelegd, eenmaal als gebeurtenis en eenmaal in het planologische dossier. Het portaal van Kaštela vermeldt dat de boom in 1990 bij besluit van de gemeenteraad van Kaštela tot natuurmonument, spomenik prirode, werd verklaard. Het ruimtelijk plan van de stad Kaštela, het prostorni plan uređenja Grada Kaštela in zijn derde wijziging, voert 'Stara maslina u dječjem vrtiću u Kaštel Štafiliću', de oude olijf bij de kleuterschool, op onder de botanische natuurmonumenten van de stad, onder de natuurbeschermingswet NN 80/13, met het nationale Bioportal als bron van de kaart. Het nummer van het besluit van 1990 en de staatsbladtekst ervan zijn niet gevonden.
Aan de boom is gewerkt als aan een patiënt. Het portaal van Kaštela beschrijft de stam als beschadigd, het middendeel dood, met een holte, waarbij het sap door de buitenste bastlaag stroomt, die ook de inwendige steun afschermt, en de bovenkroon verzwakt en ziek. Er werd een herstel- en revitaliseringsproject opgesteld, en de behandeling is uitgevoerd in samenwerking met het Instituut voor Adriatische Culturen, het Institut za jadranske kulture. Hetzelfde artikel vermeldt de boom op de binnenplaats van de kleuterschool als eigendom van de familie Perišić.
De presentatie van de boom loopt via Skrivena Dalmacija, Verborgen Dalmatië, dat onder de naam 'Old Olive Tree' leerpaden en natuurscholen exploiteert vanuit een bezoekerscentrum aan de sv. Nikole Tavelića 1 in Dugopolje. Zijn pagina over de boom bevat een rubriek genaamd 'Interpretation infrastructure of Old olive tree', en het EU-project 'Hidden Habitats' staat in de navigatie van de organisatie. De workshop rond de boom, 'Olive, her majesty' (olijf, hare majesteit), leert kinderen de legenden rond Mastrinka en hoe je zeep maakt.
Van een gebotteld commercieel product van de boom is niets bekend. Het stuk van Skrivena Dalmacija beschrijft hoe de boom zijn verzorgers 'puur gouden olie' schenkt in ruil voor hun zorg, een informele afspraak. De stam is gespleten en deels hol, en de bronnen zijn het erover eens dat alle delen van de boom in leven zijn.
Uit het openbare register: dalmatia.hr · web.archive.org · skrivenadalmacija.hr · kastela.hr
Boomportret
Moederolijf van Kalamata (Mana Elia)
Kalamata, Messinia, Griekenland · beschermd natuurmonument, besluit van het Ministerie van Landbouw 200995/7950/1979, staatsblad 121/τ.Δ/1980
De boom staat binnen de stad Kalamata, aan Lakonikis Street 85, en vult de binnenplaats van wat het Centrum voor Landbouwonderwijs (KEGE) was en nu het Instituut voor de Olijfboom, Subtropische Gewassen en Wijnbouw van ELGO-DIMITRA is, op N 37.039298, E 22.120737 en ongeveer 14 meter boven zeeniveau. De stam heeft een omtrek van 8,97 meter en een diameter van ongeveer 3 meter. Op 2,5 meter splitst de stam zich in zes dikke armen, waarvan de zesde niet meer bestaat sinds die in 1997 bij slecht weer naar beneden kwam, en de taktoppen reiken tot 12 meter boven de grond. Het is een representatieve boom van het ras 'Aetonycholia Kalamon', dat geldt als de moederplant van de cultivar 'Kalamon', met grote bladeren en een grote langwerpige eivormige vrucht die doet denken aan een amandel of een druif, de 'aetonychi' of adelaarsklauw waaraan het ras zijn naam ontleent.
De leeftijd is één keer naar boven bijgesteld, voor zover het dossier reikt. De werkschatting was 800 jaar. Onderzoek van dr. Panagiotis Bazigos, bosbouwkundige en algemeen directeur van de regio Peloponnesos, op basis van twee boorkernen die hij nam tijdens een inspectie op 23 augustus 2001, gaf een leeftijd van ongeveer 1.733 jaar, wat de aanplant rond de vierde eeuw na Christus zou plaatsen. Bazigos schreef ook dat de boom, zonder geweld of belemmeringen van zijn groei, nog vele eeuwen kon leven en theoretisch onsterfelijk kon blijven. Aankondigingen van de gemeente en ELGO-DIMITRA gebruiken nu het afgeronde 1.700 jaar. Een verslag van de publieke omroep vermeldt weer een ander cijfer, 1.500 jaar, toegeschreven aan de geoloog en biotechnoloog Panagiotis Katsaris. Het eigen datapaneel van Messinia Live over de boom geeft als bandbreedte ongeveer 850 tot 2.000 jaar. Elk van deze cijfers is een toeschrijving; er bestaat geen overeengekomen getal.
De bescherming is het steviest onderbouwde deel van het dossier. De boom werd in 1980 uitgeroepen tot beschermd natuurmonument bij besluit nummer 200995/7950/1979 van het Ministerie van Landbouw, gepubliceerd als decreet 121/τ.Δ/1980. Eén verslag van dezelfde akte dateert het staatsblad op 21 februari 1980 en beschrijft de boom als aangewezen zowel als eeuwenoude boom als als representant van het Kalamata-olijfras. De primaire staatsbladtekst is hier niet geraadpleegd.
Het verhaal dat eraan verbonden is, komt via hetzelfde omroepverslag, van Katsaris: dat Ibrahim bij zijn inval in de Peloponnesos in 1826 de gewassen verbrandde en de fruit- en olijfbomen ontwortelde, dat alleen deze boom ongeschonden doorkwam, en dat bewoners er na de bevrijding stekken van namen om te herplanten, en zo het ras vestigden. Het verslag voegt eraan toe dat er nog altijd stekken van worden geleverd aan elk continent.
De gemeente Kalamata en ELGO-DIMITRA stellen de boom en het demonstratieveld 'Mana Elia' eromheen nu samen open. Het veld herbergt een collectie van 20 van de belangrijkste en zeldzaamste Griekse olijfrassen, want het Instituut voor de Olijfboom, Subtropische Gewassen en Wijnbouw is de Nationale Conservator van belangrijke boomrassen in Griekenland. Het werk om de boom te presenteren is uitgevoerd met financiering van de Captain Vasilis and Carmen Konstantakopoulou Foundation en de steun van de gemeente. Voor Wereldolijfdag op 26 november werd een open dag gehouden, met proeverijen door het panel van het instituut, en de plek is voor bezoekers opengesteld op doordeweekse ochtenden van 2 juli tot 31 augustus 2026. Er is geen vermelding gevonden van olie geperst uit de boom zelf.
Uit het openbare register: ertnews.gr · messinialive.gr · olivenews.gr · pna.gr · tharrosnews.gr
Boomportret
Oude Kaninjot-olijf van Kanina
Kanina (Kanine), bij Vlorë, Albanië · geen beschermingsinstrument gevonden; catalogusleeftijd van ca. 1.200 jaar niet te herleiden tot een geopende bron
Kanina, ook geschreven als Kanine, is een dorp op een heuvel boven de Baai van Vlorë in het zuidwesten van Albanië. Zijn naam kleeft aan het olijfras dat eromheen wordt geteeld. De cultivar Kalinjot, ook geschreven als Kaninjot, wordt in een studie van 2025 in de Italian Journal of Food Science beschreven als de belangrijkste autochtone cultivar van Albanië en als vermoedelijk afkomstig uit het dorp Kanina in de regio Vlora, een claim die de studie aan Ismaili (2017) toeschrijft. De oude Kaninjot-boom die de catalogus bij Kanina noemt behoort tot ditzelfde ras en deze streek.
De cultivar domineert het olijfareaal van het land. 'Administration of biodiversity of the autochthonous olive trees in Albania' van Dodona, Ismaili, Cimato, Imeri en Vorpsi, verschenen in Research Journal of Agricultural Science 42 (2) in 2010, vermeldt dat het populairste ras, Kalinjot, 45 procent van het totale olijfareaal beslaat. Hetzelfde artikel voert de 'oude olijfbomen van de regio Vlora (Kanine, Bestrove, Narte, Panaja, Trevllazer, Dhermi, Himare, Palase, Qeparo, Borsh)' op onder de belangrijkste centra van olijfdiversiteit in Albanië, naast de lijst voor de regio Tirana, en meldt dat RAPD-analyse van 22 Albanese cultivars de autochtone oorsprong van de olijfbomen van het land ondersteunt.
De studie van 2025 in de Italian Journal of Food Science karakteriseert twee monovariëtale extra vierge olijfolies van Kalinjot en bevestigt de cultivar als de meest voorkomende van het land. Beide monsters voldeden aan de EU-kwaliteitsnormen voor vrije zuurgraad, peroxidegetal en extinctiecoëfficiënten, en de studie besluit dat de monovariëtale olie potentie heeft voor een beschermde geografische aanduiding.
De catalogusleeftijd van ongeveer 1.200 jaar voor de boom van Kanina, toegeschreven aan morfologische en moleculaire analyses in een congrespaper, kon niet tot een geopende bron worden herleid. De repositories die de onderliggende morfometrische studie droegen waren offline toen ze werden gecontroleerd: de pagina van het Iraanse wetenschappelijke citatiecentrum voor 'Determining the Age of Olive Trees through Morphometric Methods' en de downloadsite van IJAIR reageerden geen van beide. Wat wél vastligt is het bestaan van de methode. De studie, door Hairi Ismaili van de Landbouwuniversiteit van Tirana en Zaim Veshaj, modelleerde in 2014 de groei van stam en hals voor de cultivars Kaninjot en Ulli i Bardhë; een latere studie in het Turkse tijdschrift Arkeoloji Bilimleri Dergisi haalt haar bevinding aan dat de omtrekgroei met de leeftijd toeneemt terwijl de jaarlijkse diktegroei afneemt, en haar gebruik van de hals als het belangrijkste regeneratieve orgaan van de boom.
De ouderdom van de olijventeelt rond Kanina rust op een ander soort dossier. 'Olive and Olive Oil in Albania, From Antiquity Until the Middle Ages' van Suela Xhyheri, gepresenteerd op ICRAE2014, stelt dat voor de vroegste perioden in Albanië de bronnen ontbreken en dat de gegevens uit de oudheid, vooral afkomstig uit de archeologische steden, hoofdzakelijk olijfpitten betreffen en vaten voor de opslag en het vervoer van olie. Hetzelfde artikel plaatst de opgegraven productie later: oliewerkplaatsen zijn opgetekend bij het bisschoppelijk complex van Byllis, de Sint-Michaëlkerk van Kostar, het klooster van Kamenos in Delvinë, kerk nr. 7 in Kamenicë, de Mariakerk van Sinjë en het klooster van Ardenica, en de beste middeleeuwse voorbeelden komen uit het dorp Kamenicë, waar vijf olijfoliewerkplaatsen bewaard zijn, waarvan één bij kerk nr. 7 hoorde. De claim dat molen- of vatenvondsten de Albanese olijfverwerking tot de zesde eeuw v.Chr. terugvoeren wordt door deze bron niet gestaafd.
Geen geopende bron beschrijft de specifieke oude Kaninjot-boom bij Kanina, zijn maten, zijn toestand of enig beschermingsinstrument. Het portret rust daarom op het dossier van de cultivar en op de gedocumenteerde oude olijfaanwezigheid in de streek, terwijl de boom zelf alleen in de catalogus voorkomt.
Uit het openbare register: rjas.ro · konferenca.unishk.edu.al · itjfs.com · arkeolojibilimleridergisi.org
Boomportret
Oude olijfboom van Brijuni (Brijunka)
Veliki Brijun, Nationaal Park Brijuni, Istrië, Kroatië · C-14-toeschrijving van ca. 1.600 jaar door het Ruđer Bošković-instituut (jaren 1960), niet in overeenstemming gebracht met moderne 14C-monsters
De boom staat op Veliki Brijun, het grootste eiland van de Brijuni-archipel voor de Istrische kust, binnen het nationale park dat naar de eilanden heet. De florapagina's van het park voeren hem op als Olea europaea en beschrijven hem als een van de oudste olijfbomen van het Middellandse Zeegebied. Zijn kroonprojectie wordt gegeven als 22 bij 8 meter en zijn hoogte als 6 meter.
Het park schrijft de leeftijd toe aan een instelling met naam en een methode met naam. Onderzoek aan monsters van deze boom door het Ruđer Bošković-instituut in Zagreb in de jaren 1960, waarbij de radioactieve koolstof-14-isotoop werd toegepast op een houtmonster uit de stam, wees uit dat de boom ongeveer 1.600 jaar oud is. De studie uit de jaren 1960 zelf is hier niet geopend; het relaas is dat van het park.
Hetzelfde instituut voert nu een andere reeks getallen voor dezelfde boom. In een presentatie van Ines Krajcar Bronić op ISRP-14 in Córdoba in 2018 staan vijf monsters van de Brijuni-olijf met conventionele radiokoolstofleeftijden van 150±20, 130±20, 110±20 en 105±20 BP, gekalibreerd tot spannen binnen 1675-1942 n.Chr., en één modern monster van 126,3±0,3 pMC, gedateerd 1980-1981. De presentatie tekent aan dat olijfbomen geen duidelijke jaarringen vormen, dat het meest centrale hout vaak verrot is, en dat directe datering van de boom door ringtelling of door radiokoolstofdatering van het merg niet uit te voeren is; ze voegt toe dat binnenhout in levende olijfbomen doorgaans niet ouder is gedateerd dan 200-300 jaar. Het cijfer van 1.600 jaar van het park en deze resultaten worden nergens met elkaar in overeenstemming gebracht.
De opgetekende schade aan de boom is een storm. Tijdens een storm in de jaren 1970 spleet de olijf open, en de wonden werden geconserveerd met beton, destijds een gangbare methode in de boomverzorging. De boom draagt nog vrucht: in de drie jaren die het park bijhield werden elke oktober olijven geplukt, gemiddeld 30 kilo per jaar, en die hoeveelheid leverde gemiddeld 4,1 kilo extra vierge olijfolie op. De chemische bestanddelen van de olie zijn getest in het laboratorium van het Instituut voor Volksgezondheid in Pula; de beste analyse gaf 0,11% onverzadigde vetzuren en een peroxidegetal van 1,95.
Een studie uit 2010 behandelde de boom als een individu met naam. Miljković, Žužić, Pucci, Baldoni, Mariotti en Cultrera publiceerden 'Molecular characterization of an ancient Olea europaea tree located on the Brijuni islands (Croatia) by SSR markers analysis' in Pomologia Croatica 16 (1-2), pagina's 3-12. De samenvatting beschrijft 'a 1600 years old olive tree', een 1600 jaar oude olijfboom, en rapporteert metingen aan vruchten en bladeren, uitgevoerd aan de boom, Brijunka genaamd, en aan de Istrische standaardcultivar Buga (Buža).
In 2017 werden de boom en zijn gaarden onderwerp van een merkproject. Het werd bedacht door het Nationaal Park Brijuni, de Landbouwfaculteit in Zagreb, de olijfoliefabriek Palunko in Fažana en de Sector voor Energie en Milieubescherming van de Kroatische Kamer van Koophandel. Het doel, zo verklaarden vertegenwoordigers van het park, was de toestand en leeftijd van de olijfgaarden op Brijuni en in Fažana vast te stellen en uiteindelijk Brijuni-olijfolie als merk te voeren. De eerste onderzoeksgroep ging op 3 november 2017 naar de eilanden: ongeveer dertig deelnemers, onder wie wetenschappers, studenten, journalisten en publiek, namen vruchtmonsters van de vijftien oudste bomen, en wetenschappelijk adviseurs van het Ruđer Bošković-instituut bemonsterden de oudste olijfbomen op Brijuni, in Fažana en bij Valbadon om hun leeftijd vast te stellen. Een productiebedrijf, Nove boje medija, filmde een documentaire die begin 2018 in het Europees Parlement in Brussel werd vertoond. Een uitkomst in de vorm van een winkelproduct is niet bevestigd.
Uit het openbare register: np-brijuni.hr · web.archive.org · fulir.irb.hr · hrcak.srce.hr · editorial.total-croatia-news.com
Boomportret
Olijf van Azoria (Kavousi)
Kavousi, Ierapetra, Lasithi, Kreta, Griekenland · stamomtrek 14,20 m op 0,8 m en 22,10 m aan de voet; door SEDIK Monumentaal verklaard
De boom staat ongeveer een kilometer ten zuiden van het dorp Kavousi, op de plaats Azoria op de weg naar de nederzetting van Avgo, in het lokale district Kavousi in de gemeente Ierapetra, en zeer dicht bij de archeologische site met dezelfde naam. In het register van de Vereniging van Olijfgroeigemeenten van Kreta is de positie vastgesteld als N 35° 06.908′, E 25° 51.651′ op 252 meter. De metingen worden op twee hoogten geregistreerd: op 0,8 meter boven de grond heeft de stam een maximale diameter van 4,95 meter en een omtrek van 14,20 meter, en op de basis een maximale diameter van 7,10 meter en een omtrek van 22,10 meter. De pagina van de gemeente rondt de eerste diameter tot 4,9 meter. De vereniging registreert een volledig overzicht van de kenmerken en toestand van de boom in 2004. Het is van de mastoeidis variëteit, genoemd mouratolia of mouratoelia lokaal, geënt op een wilde olijfwortelstok, en in 2008 behoorde het tot Georgios Grammatikakis.
De leeftijdsclaim is die van de gemeente en hij is ongewoon specifiek. Op basis van de jaarringmethode, zo stelt de gemeente Ierapetra, is berekend dat de boom werd geplant in de periode 1350 tot 1100 v.Chr. De gemeente gaat op haar eigen pagina verder en noemt de boom een natuurmonument, de oudste olijf ter wereld, en, omdat hij op wilde onderstam is geënt, het oudste voorbeeld van enten ter wereld. Noch de ringtelling, noch de auteur ervan, noch de marge is gepubliceerd. Ringtellingen op holle olijfstammen gelden in Griekenland niet als het vastleggen van een leeftijd, en geen enkele Griekse olijf heeft een wetenschappelijk vastgestelde leeftijd. De jaartallen 1350 tot 500 v.Chr. die naast de boom opduiken, horen bij de naburige nederzettingen, niet bij de boom.
De aanwijzing is een besluit van een vereniging, niet van de staat. De Vereniging van Olijfteeltgemeenten van Kreta (SEDIK) verklaarde de boom Monumentaal op twee genoemde gronden: de grote afmetingen van zijn stam, en zijn ligging nabij de oude nederzettingen Vrontas, Kastro en Azorias, uit de Laat-Minoïsche IIIC- tot Archaïsche fase, waar talrijke vaten en werktuigen voor het persen van olijven zijn gevonden. Er is geen ministerieel besluit, regionaal besluit of staatsbladvermelding voor de boom opgedoken.
Eén gebeurtenis verankert hem in het openbare dossier. In 2004 werd, op voorstel van bewoners van het gebied en van de gemeente Ierapetra, besloten dat de eerste winnares van de vrouwenmarathon op de Olympische Spelen van Athene 2004 zou worden gekroond met een krans die uit deze boom was gesneden. De krans werd gesneden tijdens een speciale ceremonie, bijgewoond door vertegenwoordigers van de autoriteiten, van de kerk en een menigte mensen uit de streek. De registerpagina van SEDIK over de boom vermeldt dat hij voor 25 procent door de Griekse staat en door de Europese Unie via het EFRO werd medegefinancierd. Er is geen vermelding gevonden van olie geperst uit de boom.
Uit het openbare register: ierapetra.gr · polelia.sedik.gr
Boomportret
Olijf van Sint-Augustinus (Thagaste)
Souk Ahras, Algerije · als 'olivier séculaire Saint Augustin' opgevoerd in het masterplan van Souk Ahras (SDATW, definitief 02/2016); legende gedateerd in de tijd van Augustinus, 4e eeuw n.Chr.
De boom staat op de heuvel Sidi Messaoud in Souk Ahras, in het noordoosten van Algerije, de moderne stad die de bedolven resten van Thagaste bedekt, het Numidische stadje waar Augustinus in 354 werd geboren. Het eigen masterplan van de stad, het Schéma Directeur d'Aménagement van de wilaya, in definitieve vorm opgesteld in februari 2016, voert 'l'olivier séculaire Saint Augustin' op onder de erfgoedplekken van de wilaya, dateert hem in de Romeinse tijd en tekent op dat hij buitenlandse bezoekers naar de stad trekt.
De traditie die eraan kleeft is dat Augustinus onder de boom mediteerde, en sommige versies willen dat hij hem zelf plantte. Een bericht van Catholic News Agency, via meerdere sites doorgeplaatst, meldt de legende en plaatst de boom in het centrum van de stad. Het is een legende in de strikte zin: geen eigentijdse of vroege bron verbindt Augustinus met welke olijfboom bij Thagaste dan ook, en niets in zijn geschriften noemt er een.
Het wetenschappelijke oordeel ligt vast, en het is afwijzend met genegenheid. James J. O'Donnell, Augustinuskenner en universiteitsbibliothecaris aan de Arizona State University, zei tegen CNA dat de claim 'volstrekt onwaarschijnlijk, maar charmant' is. Een andere wetenschappelijke beoordeling van de echtheid of leeftijd van de boom is niet gevonden.
Thagaste zelf is verdwenen. Het CNA-bericht tekent aan dat de meeste sporen van de antieke stad verloren zijn gegaan aan eeuwen van oorlog en verwering, en dat het moderne Souk Ahras boven op het bedolven stadje ligt. Het antieke bisdom bestaat alleen nog in titulaire vorm, gedragen door een dienstdoende pauselijke nuntius. Tegen die achtergrond doet de boom ertoe: hij is een van de weinige tastbare dingen in Souk Ahras die een bezoeker aan de beroemdste zoon van de stad kan verbinden.
Pelgrims en bezoekers blijven komen. Hetzelfde CNA-bericht zegt dat pelgrims de plek geregeld bezoeken om haar band met de bisschop, onder vermelding van de historische onzekerheid. Het masterplan tekent de boom op als een van de drukst bezochte plekken van de wilaya, naast de archeologische resten van Madaure en Khemissa, en als in het bijzonder van belang voor buitenlandse bezoekers.
De boom wordt behandeld als een monument. Een verslag van een bezoek aan Thagaste op het blog Terrae Transmarinae beschrijft gedenkplaten naast de boom die Augustinus in vier talen herdenken, Tamazight, Arabisch, Frans en Engels, en een kapel die ernaast is gebouwd. Hetzelfde verslag meldt een plaatselijk volksgebruik rond de boom: moslimouders zouden de voorhuiden van pasgeboren zonen eromheen hebben begraven, opdat de jongens 'zo wijs als Augustinus' zouden opgroeien, een detail dat de auteur leest als maat voor het aanzien dat Augustinus in de streek geniet. Van de boom is in geen enkele geopende bron een botanisch dossier gevonden: geen meting, geen datering, geen ras.
Het leeftijdscijfer dat aan de boom kleeft is legendarisch. De 1.700 jaar die in krantenkoppen opduikt is de tijdspanne sinds Augustinus' eigen leven; het dateert een traditie, en geen meting van de boom staaft het. In geen gevonden dossier produceert de boom olie, en zijn identificatie als de olijf van Augustinus rust volledig op plaatselijke overlevering.
Uit het openbare register: worldcatholicnews.com · terraetransmarinae.com · al24news.dz · souk-ahras.mta.gov.dz
Boomportret
Olivera de les Quatre Potes (Olivo de las cuatro patas)
Canet lo Roig, Castellón, Spanje · Sénia-inventaris nr. 2.296, stam 5,70 m; AEMO Mejor Olivo Monumental de España 2016
De boom staat in het paraje van Rajos, in Canet lo Roig, Baix Maestrat. In het besluitdocument van AEMO uit 2016 wordt het als geïnventariseerd onder nummer 2.296 in de Inventario de Olivos Milenarios del Territorio del Senia, met een omtrek van 5,70 meter, van de variëteit Farga, op een vlakte doorkruist door waterlopen waarlangs de Romeinse Via Augusta liep, en "escoltado por más de 200 olivos también monumentales" die samen de partida de Rajos vormen. Canet lo Roig heeft het grootste aantal millennale olijven van elke gemeente in de Valenciaanse Gemeenschap: 1.131 geregistreerd vanaf 2019, gepresenteerd aan bezoekers via drie aangegeven gebieden en een gemarkeerd voetpad.
De leeftijd wordt rechtstreeks overgedragen aan de eisers in de eigen formulering van AEMO: "sus mentores le estiman una edad aproximada de 1100 años." Van deze boom is geen datingstudie gemaakt. Twee van zijn buren in dezelfde gemeente zijn gedateerd door de Universidad Politécnica de Madrid nummer 2.767, bij de ingang van het dorp, tot het jaar 569, en nummer 2.814 tot en met 527, maar nummer 2.296 is niet onder hen.
De jury kwam op 29 april 2016 bijeen in Córdoba en kende de tiende editie van de Premio AEMO al Mejor Olivo Monumental de España toe. Het waardeerde "la probada longevidad del ejemplar, certificada por su perímetro de tronco" samen met de verschijning van een boom die, rijzend op zijn vier poten, lijkt te ontstaan uit de grond draaien op zichzelf. De kandidatuur werd gezamenlijk gepresenteerd door Xavi Capafons, de eigenaar, María Teresa Adell, manager van de Mancomunitat Taula del Sénia, en María Ángeles Pallares, burgemeester van Canet lo Roig. AEMO meldt dat de prijs dat jaar werd gesponsord door GEA-Westfalia Separator.
Hetzelfde besluitdocument bevat het ene stuk menselijke geschiedenis van de boom, en merkt het aan als getuigenis, niet als feit. Volgens het verhaal van de grootvader van de huidige eigenaar verborg een van de guerrillastrijders die van "les moles de Xert" waren afgedaald, op de vlucht voor de Guardia Civil, zich na de Burgeroorlog in de holle stam van deze olijf; hij werd niet gevonden en kon zo met zijn metgezellen naar de heuvels terugkeren. Niets anders bevestigt het.
De boom wordt bereikt vanaf de SL-CV 58, geregistreerd bij de Federació d'Esports de Muntanya i Escalada de la Comunitat Valenciana als "Ruta de los Olivos Milenarios," een rondweg van 5.90 kilometer in Canet lo Roig, gepromoot door de gemeenteraad, gehomologeerd op 15 december 2012 en laatste kwaliteit gecontroleerd in oktober 2023; een 800 meter omweg van de route leidt naar de boom zelf. Zijn rechtspositie is dunner dan die van de grotere bomen op het grondgebied. In artikel 4 van Valenciaanse wet 4/2006 van 19 mei is de generieke beschermingsdrempel vastgesteld op zes meter stamgrens gemeten op 1,30 meter van de basis of 350 jaar oud; op 5,70 meter ligt de stam onder de groottedrempel, is de leeftijd nooit per studie vastgesteld en is er geen uitdrukkelijke vermelding of catalogus voor de boom geplaatst.
Uit het openbare register: aemo.es · oliveresmillenaries.com · senders.femecv.com · boe.es
Boomportret
Olivo de las parejas
la Jana, Castellón, Spanje · Museo Pou del Mas boom nr. 106, stam over 6,60 m; AEMO Mejor Olivo Monumental de España 2014
De boom staat in het Museo Natural de Olivos Milenarios Pou del Mas, op het landgoed Pou del Mas bij la Jana, in de Baix Maestrat, dat 21 duizendjarige olijfbomen op minder dan een hectare concentreert. Het museum publiceert hem als boom nummer 106, een van negen bewegwijzerde haltes die in volgorde van één tot negen te lopen zijn, en bevestigt hem als de AEMO-prijswinnaar. De toegangsweg naar het landgoed valt samen met het tracé van de Romeinse Via Augusta, en er is een pad van 300 meter voor bezoekers die slecht ter been zijn. La Jana telt 970 duizendjarige olijfbomen op een gemeentelijk grondgebied van 19,5 vierkante kilometer.
Het besluitdocument van AEMO van 28 april 2014 kende hem de VIII Premio al Mejor Olivo Monumental de España toe. Het beschrijft de boom als van het ras Farga, "pudiéndose datar su origen hace 1.500 años", met een stam die vanuit dezelfde voet in tweeën is gespleten en waarvan de jury de dikke gedraaide aders en knoesten een levend kunstwerk in voortdurende evolutie noemde, een geprononceerde voet die uit de grond oprijst, een omtrek van meer dan 6,60 meter, en een optimale staat van behoud met een gezond en vruchtbaar bladerdek. Het document plaatst hem in het museum Pou del Mas "junto con otros 20 árboles que son también olivos milenarios". Het cijfer van 1.500 jaar is dat van de jury zelf, gegeven zonder daterende instelling of methode, en het document vermeldt niet op welke hoogte de omtrek is genomen.
Er is geen laboratoriumonderzoek gepubliceerd voor nummer 106 en de gegevens van de Sénia datings suggereren waarom. In de samenvatting van het project van de Ministerio de Cultura van de Mancomunitat Taula del Sénia van de Milennale olijven van de Territori del Sénia staat dat de Universidad Politécnica de Madrid, met sponsoring van Banco Santander, twee van de olijven van het grondgebied had gedateerd: nummer 1.878, la Farga del Arión te Ulldecona, geplant in 314 CE, en nummer 117, la Farga del Pou del Mas te la Jana, geplant in 833 CE, onder het bewind van de emir Abd al-Rahman II. Nummer 117 staat in hetzelfde museum als nummer 106 en is zijn gedateerde metgezel; nummer 106 staat niet op die lijst. Dezelfde samenvatting beschrijft de onderliggende inventaris als olijven boven de 3,5 meter stamgrens op 1,30 meter van de grond en vervolgens meer dan 4.800 bomen in 22 dorpen.
Het Asociación Territorio Sénia meldt dat het Pou del Mas museum werd ingehuldigd door de subdelegado del Gobierno in Castellón, David Barelles, de voorzitter van de Mancomunitat Taula del Sénia, Marcelino Domingo, en de burgemeester van La Jana, Joaquín Lladser, bij de opening van het tweede Encuentro over millennale olijven en traditionele oliën. Evenals bij de andere Valenciaanse bomen is bescherming eerder wettelijk dan individueel: artikel 4 van wet 4/2006 van 19 mei verklaart generiek beschermd elke boom van zes meter of meer omtrek van de stam op 1,30 meter van de basis, en de gepubliceerde omtrek AEMO is boven dat cijfer, hoewel zonder een aangegeven meethoogte het niet met zekerheid kan worden afgestemd op de juridische test. Er is geen uitdrukkelijke aangifte of catalogusnummer voor de boom gevonden.
Uit het openbare register: aemo.es · oliveresmillenaries.com · cultura.gob.es · webfacil.tinet.cat · boe.es
Boomportret
Olivo del Arroyo Carnicero
Casabermeja, Málaga, Spanje · AEMO Mejor Olivo Monumental de España 2013; drie stammen elk meer dan 7 m in perimeter
De boom staat in het gemeentelijk district Casabermeja, in de provincie Málaga, dicht bij de plaats aan de weg richting Villanueva de la Concepción en naast de beek waaraan hij zijn naam ontleent. Zijn gemeentehuis plaatst hem in de comarca Campo de Cámara, in een streek die het beschrijft als rijk aan monumentale olijven, en nabij de archeologische resten van een Romeinse oliemolen bij de Villa de Aratispi. De eigen beschrijving van het gemeentehuis noemt hem een 'auténtica Catedral de madera viva', een ware kathedraal van levend hout, oprijzend op drie stammen met elk meer dan 7 meter omtrek. Er is geen kroonmeting gepubliceerd.
Wat het dossier precies vastlegt, is een vergadering. Op vrijdag 5 april 2013, om twaalf uur 's middags, in een zaal van de Universidad de Córdoba, kwam AEMO bijeen met de jury voor haar Premio al Mejor Olivo Monumental de España, en de zaak voor de Olivo del Arroyo Carnicero werd voorgelegd aan de hoogleraren Luis Rallo en Diego Barranco. De bevinding van Rallo, zoals het gemeentehuis die publiceert: 'Podemos afirmar, científicamente, que las tres patas provienen de la misma raíz… que es la de un olivo silvestre o acebuche, porque lo hemos comprobado genéticamente, también que la parte aérea de esas tres patas son injertos de la misma paleovariedad, de momento, no catalogada.' De drie stammen komen van één wortel, die van een wilde olijf of acebuche, genetisch geverifieerd, en de bovengrondse delen van alle drie zijn enten van dezelfde paleovariëteit, tot op heden niet gecatalogiseerd. Die van Barranco: 'Tiene más de 1000 años, así lo certificamos en la Tesis de Concepción Muñoz,' waaraan hij toevoegde dat de boom waarschijnlijk aantoont dat de olijventeelt in de mediterrane Andalusische provincies Málaga en Almería met overenten begon. Muñoz zelf kon niet aanwezig zijn en zei telefonisch dat dit van alle monumentale olijven die zij in Andalusië had bezocht 'el olivo más monumental y más bello' was.
De leeftijd is dus een toeschrijving met een genoemde certificeerder en een genoemd document: meer dan 1.000 jaar, gecertificeerd in het proefschrift van Concepción Muñoz aan de Universidad de Córdoba. De schriftelijke uitspraak van de jury luidt: 'Se premia el valor histórico y monumental de este olivo cuya edad se estima en más de 1000 años. Se trata de un olivo de una paleovariedad no catalogada hasta la fecha que se encuentra injertada en un olivo silvestre.' De uitspraak besluit met de boom in een patroon te plaatsen: Málaga en Almería zijn rijk aan olijven van dit soort, overgeënt op acebuche-onderstammen met de best aangepaste paleovariëteiten van hun tijd, wat de jury leest als verklaring voor hoe de olijventeelt in de mediterrane comarca's van Andalusië begon.
De kandidatuur werd ingediend door het Ayuntamiento de Casabermeja via zijn toenmalige burgemeester, Antonio Domínguez, die AEMO vertelde dat de boom weinig bekend was bij de plaatselijke bevolking en dat het gemeentehuis door dr. Francisco Lorenzo was aangemoedigd hem in te schrijven. Hij werd de eerste olijf in Andalusië die de prijs won. AEMO's eigen prijsgeschiedenis vermeldt hem als winnaar van 2013 in een reeks die loopt van de Olivo La Farga de l'Ariol bij Ulldecona in 2007 tot de Olivera del Suavo bij Calaceite in 2026, een reeks verder gedomineerd door Castellón, Tarragona en Alicante. AEMO tekende destijds op dat materiaal van de boom zou worden opgenomen in de genenbank (germplasmbank) van de Universidad de Córdoba.
Buiten de prijs is het dossier dun. Er is geen eigenaar genoemd. Er is geen gemeentelijk of provinciaal beschermingsinstrument en geen instrument van de Junta de Andalucía voor de boom gevonden, en er is geen vermelding van hem opgedoken in de Inventario de árboles y arboledas singulares de Andalucía. De genetische verificatie die Rallo beschrijft is niet als gepubliceerd artikel gevonden, en het proefschrift van Muñoz is hier niet geraadpleegd.
Uit het openbare register: aemo.es · casabermeja.es
Boomportret
Olivo di Sant'Emiliano
Bovara, Trevi, Umbrië, Italië · met radiokoolstof gedateerd op 1.830 ± 260 jaar; stamomtrek 9,10 m
De boom staat bij Bovara, een frazione van Trevi in Umbrië, op de plek die de regionale inventarisatie als Corciano of Carpiano vermeldt, op ongeveer 299 meter hoogte, zo'n 200 meter van de benedictijnenabdij waarvan het land historisch was. Zijn stamomtrek aan de voet is 9,10 meter, zijn hoogte 5 meter, zijn kroonbreedte ongeveer 8,20 meter. De stam is niet langer intact maar diep gespleten en gedeeld, het gevolg van de wringing die zeer oude olijven ondergaan. Genetisch wordt hij in een overgangspositie tussen de oleaster en de cultivar Moraiolo geplaatst en staat hij geregistreerd als behorend tot geen enkele cultivar die in de streek verbreid is, wat de regionale inventarisatie leest als een eigen ecotype, mogelijk een voorouderlijk ras van het district van Spoleto en Terni; dezelfde inventarisatie tekent aan dat hij de herhaalde winterse vorstperioden van de regio onbeschadigd is doorgekomen.
De datering wordt toegeschreven aan een met naam genoemd team. Radiokoolstofanalyse door Guido Bonci van CNR-ISAFOM in Perugia, Luigi Campatola van de Universiteit van Napels, Giorgio Pannelli van het MIPA-olijfteeltinstituut in Spoleto en Luciana Baldoni van CNR-IGV in Perugia gaf 1.830 ± 260 jaar. Het jaar van die studie wordt op geen enkele pagina die haar aanhaalt vermeld. De regionale inventarisatie van monumentale bomen voert andere getallen voor dezelfde boom: een geschatte leeftijd van 1.599 ± 246 jaar voor het meerstammige exemplaar, naast een radiokoolstofcijfer van 195 ± 30 jaar voor het bemonsterde hout, een koppeling die de inventarisatie niet verklaart. De Umbrische pers en het comité van de Fascia Olivata gebruiken het eenvoudigere 1.700 jaar, een cijfer ontleend aan de datum van het martelaarschap en niet aan enige meting, en de pagina van het comité noemt de boom simpelweg 'ultra millenario'. Ook over zijn rangorde lopen de bronnen uiteen: een vakbericht en krantenkoppen noemen hem de op één na oudste boom van Italië, terwijl de verslaggeving van 2021 over de Umbrische lijst hem als vierde onder de oudste bomen van Italië plaatst en aantekent dat hij daarvan de noordelijkste is.
Het oudste document dat een olijf bij Trevi noemt, is de Passio Sancti Miliani martiris, een negende-eeuwse codex waarvan wordt aangenomen dat hij een kopie is van een exemplaar uit de vijfde of zesde eeuw, en waarin staat dat Emiliano, de eerste bisschop van Trevi, 'ad novellam olivam', aan een jonge olijf, werd gebonden om in 303 of 304 te worden onthoofd. Hij werd volledig gepubliceerd in C. Zenobi, Trevi antica, dal neolitico fino al 1214, Foligno, 1995. De vereenzelviging van die olijf met deze boom is een oude plaatselijke overlevering en wordt door niets in de codex gestaafd.
De bescherming ligt in drie lagen. De boom werd door het Corpo Forestale dello Stato opgenomen in de telling van de monumentale bomen van Italië — de nationale telling begon in 1982 — en hij staat op de regionale lijst van Umbrië, die bij regionale wet 28/2001 werd ingesteld en in 2008 werd gepubliceerd. Wet 10/2013 van 14 januari 2013 definieerde monumentale bomen landelijk en verplichtte de regio's inventarissen op te stellen en door te sturen; sinds 2014 wordt de nationale Elenco degli alberi monumentali d'Italia bijgehouden door het landbouwministerie met de Carabinieri Forestali, die de update van 2021 uitvoerden, met 174 monumentale bomen in Umbrië, 121 in de provincie Perugia en 53 in die van Terni. Voor deze boom worden twee verschillende nummers gepubliceerd: Pro Trevi geeft 102, de inventarisatie Patriarchi Verdi geeft regionale code 108. In augustus 2023 heeft de Comune di Trevi, via zijn locoburgemeester voor stedenbouw Saverio Andreani, de eigenaren een verbod aangezegd op het kappen of beschadigen van de boom zonder gemeentelijke toestemming en ministeriële goedkeuring.
Het was begin 2002 omheind zodat het zonder risico kon worden bezocht, en de gezondheid ervan werd beoordeeld als goed bij visuele inspectie. Het behoort sinds 1989 tot de familie Crisafulli, Maria Adele Crisafulli en haar broer Andrea. Het staat in de Fascia Olivata Assisi-Spoleto, de 60 kilometer lange olijfgordel over Assisi, Spello, Foligno, Trevi, Campello sul Clitunno en Spoleto, die op 3 juli 2018 werd ingeschreven in de lijst van wereldwijd belangrijke landbouwerfgoedsystemen van de FAO, het eerste Italiaanse grondgebied erop, op een kandidatuur onder leiding van de Comune di Trevi met de regio Umbria, de Universiteit van Perugia en Sviluppumbria. Er is geen verslag gevonden van olie geperst uit deze boom.
Uit het openbare register: fasciaolivata.it · montagneaperte.it · protrevi.com · treviambiente.it · teatronaturale.it · tuttoggi.info · sentierinellafasciaolivata.it · regione.umbria.it
Boomportret
Olivo Mater, conocido como "El Pulpo"
Ulldecona (Arión), Tarragona, Spanje · stam van meer dan 6,30 m op 1 m per AEMO 2011; 6,65 m op 1,30 m per Mancomunitat, 2025
De boom groeit in de partida van Arión, op het gemeentelijk grondgebied van Ulldecona, aan de noordkant van de Serra de Godall bij La Miliana, en hij groeit op rots. De Asociación Territorio Sénia beschrijft hem als staand "totalmente encima de la roca", en de lokale naam El Pulpo — de octopus — komt van de houtige wortels die zich over de steen uitspreiden. Het besluit van AEMO van 2011 vermeldt hem op een landgoed van de familie Beltrán Ferré dat 66 duizendjarige olijfbomen op slechts 6,16 hectare telt; de Mancomunitat Taula del Sénia herhaalde de eigendom in 2025, met de aantekening dat de familie in Alcanar woont. Het aangrenzende landgoed is van de familie Porta i Ferré en herbergt het Museu Natural de les Oliveres Mil·lenàries de l'Arión; tussen de twee eigendommen staan meer dan 200 duizendjarige olijfbomen, en de eigen verslagen van de Asociación over de museumroute noemen El Pulpo onder de voornaamste bomen, dus waar de boom staat ten opzichte van de grens van het museum wordt in het dossier niet consequent vermeld.
De twee metingen in het dossier komen niet overeen, en geen van beide is op dezelfde manier genomen. Het besluit van AEMO voor de V Concurso al Mejor Olivo Monumental de España 2011 geeft "un perímetro de tronco superior a los 6.30 m a 1 metro de altura". De Mancomunitat Taula del Sénia, schrijvend in oktober 2025, geeft 665 centimeter op 130 centimeter van de grond. Hetzelfde AEMO-document plaatst de boom "en pleno Baix Ebre", hoewel Ulldecona in de Montsià ligt.
De leeftijd is niet vastgesteld. De jury van AEMO schreef dat de wortelontwikkeling een verrassend beeld tekent, alsof de olijf zich eeuwig vastklampt aan de aarde die hem geboren zag worden "hace (dicen) más de 1.300 años" — het tussengevoegde "dicen", zeggen ze, is van AEMO zelf. Er bestaat geen dateringsstudie voor deze boom. Twee van zijn buren staan op steviger grond: het paar dat bekendstaat als de Fargues de l'Arion, op het landgoed van Porta i Ferré, heeft registratienummer AM 22.156.01 in het register van monumentale bomen van de Generalitat de Catalunya, aangewezen bij Ordre van 3 september 1997, gepubliceerd in de DOGC van 22 september 1997, nummer 2480, met totale hoogten van 6,5 en 6,0 meter, stamomtrekken van 7,90 en 6,10 meter en gemiddelde kroondiameters van 16,8 en 14,0 meter; de fiche vermeldt dat de Farga een van de oudste olijfrassen van Catalonië is, noemt de twee bomen "presumiblement mil·lenaris", en tekent op dat de Farga in 2007 de AEMO-prijs voor de beste monumentale olijf van Spanje ontving. El Pulpo heeft zo'n individuele aanwijzing niet. Sinds 2020 valt hij in plaats daarvan onder Llei 6/2020, van 18 juni, over de bescherming, het behoud en de valorisatie van monumentale olijfbomen en olijfgaarden, gepubliceerd in de DOGC van 23 juni 2020, nummer 8160, die elke olijf met 350 centimeter stamomtrek of meer op 130 centimeter van de grond als monumentaal aanmerkt en rooien en verkoop verbiedt; de Generalitat stelt dat monumentale olijven buiten haar individuele dossiers voor monumentale bomen vallen en apart worden gecatalogiseerd door het Departament d'Agricultura, Ramaderia, Pesca i Alimentació.
In zijn besluit van 2011 merkte AEMO ook op dat Ulldecona met deze prijs twee winnaars van de wedstrijd had, la Farga del Arión vanaf de eerste editie en nu de Mater. De prijsjaren voor beide zijn inconsistent vastgelegd over de betrokken instanties: de prijsgeschiedenis van AEMO en de monumentale boomkaart van Generalitat zetten de Farga del Arión in 2007 en de Mater in 2011, terwijl de samenvatting van het project van Ministerio de Cultura van de Mancomunitat de Fargaprijs noemt als 2006, en AEMO's eigen samenvatting van monumentale-olive winnaars plaatst de Mater onder 2010.
De boom is nog steeds bewerkt. Op 24 oktober 2025 noteerde de Mancomunitat de oogst van haar olijven, die zijn opgenomen in de Mancomunitat-telling onder het garantiemerk Aceite Farga Milenaria; de oogst werd gedaan door de Cooperativa de Godall voor zijn premium merk Làcrima Olea Mil·lenària en leverde 150 kilo Farga olijven, in een campagne die was begonnen op 3 oktober. De boom heeft ook een fotoalbum: de Asociación Territorio Sénia merkt op dat GEO magazines nummer 302 van maart 2012 een negen pagina's tellende feature had met een coverfoto, "Olivos Milenarios del Sénia. Protegiendo las raíces," geschreven door Joaquim M. Pujals met foto's van José Barea, gebouwd rond een afbeelding van El Pulpo op zijn rots.
Uit het openbare register: aemo.es · tauladelsenia.es · webfacil.tinet.cat · mediambient.gencat.cat · portaldogc.gencat.cat · oliveresmillenaries.com · cultura.gob.es
Boomportret
Olivo Milenario de Sant Jordi
Sant Jordi, Castellón, Spanje · Sénia-inventaris nr. 41, stam 7,70 m op 1,30 m; AEMO Mejor Olivo Monumental de España 2025
De boom staat in de partida van Mas Na Cabanes in de gemeente Sant Jordi, in de Baix Maestrat, ongeveer 5.700 meter buiten het dorp richting de golfbaan Panorámica. De Ruta de los Olivos Milenarios, gerund door de Mancomunitat Taula del Sénia met Turisme Comunitat Valenciana, vermeldt dat Sant Jordi 153 gecatalogiseerde duizendjarige olijven telt, waarvan er acht in het gebied Mas Na Cabanes boven de drempel van 3,5 meter stamomtrek staan die de Sénia-inventaris hanteert; de grootste van de acht is nummer 41, gemeten op 7,70 meter stamomtrek op 1,30 meter van de grond. Hij is van het ras Farga, zoals vrijwel alle duizendjarige olijven van de Sénia. De Mancomunitat en de gemeenteraad hebben het gebied in 2018 bewegwijzerd onder overeenkomsten met de eigenaren van twee landgoederen, Els Muntells en Mas Na Cabanes, met dezelfde metalen vlaggen, lezenaars en palen van gedraaid hout die bij de andere olijfmusea en -gebieden van het territorium zijn geplaatst; toegang tot Mas Na Cabanes is op toestemming van de eigenaar.
De leeftijd is een toeschrijving die op één studie rust. Het Ayuntamiento de Sant Jordi en AEMO vermelden beide dat de boom in 2017 werd gedateerd door professor Antonio Prieto Rodríguez, catedrático aan de Universidad Politécnica de Madrid, die zijn oorsprong rond het jaar 744 plaatste. Het besluitdocument van AEMO van 2025 geeft het resulterende cijfer als een geschatte leeftijd van 1.273 jaar, gerekend vanaf de datum van de studie; de Mancomunitat Taula del Sénia, schrijvend in mei 2025, geeft 1.281 jaar, doorgerekend naar het jaar van de prijs. Er is geen dateringsrapport gepubliceerd waarmee de methode kan worden onderzocht.
AEMO, de Asociación Española de Municipios del Olivo, kende hem de XIX Premio al Mejor Olivo Monumental de España 2025 toe. De jury kwam in mei 2025 in Córdoba bijeen en bestond uit Angjelina Belaj van het IFAPA Alameda del Obispo in Córdoba, Raúl de la Rosa van het Instituto de Agricultura Sostenible (CSIC), en José Mª Penco voor AEMO, als secretaris. Haar schriftelijke besluit noemt een stam van "11,06 metros de perímetro real" en een kronkelige, diep uitgeholde structuur waaruit de hoofdtakken nog in productie tevoorschijn komen — een tweede en groter cijfer dan de 7,70 meter die de inventaris op 1,30 meter noteert, verkregen door de onregelmatige omtreklijn van de stam te volgen in plaats van een strak meetlint. De kandidatuur werd gezamenlijk ingediend door de eigenaar, Cristina Marí Sospedra, de Mancomunitat Taula del Sénia, het Ayuntamiento de Sant Jordi en de Asociación Territorio Sénia. Volgens AEMO's eigen regels gaat de prijs naar de eigenaar van de boom, wie de nominatie ook indient, en de criteria zijn omvang, leeftijd, geschatte productie, en esthetisch, historisch of cultureel belang.
De Mancomunitat noteert dit als de achtste AEMO-prijs gewonnen door een duizendjarige olijf van het Territori del Sénia, een gebied over drie regio's tussen de Valenciaanse Gemeenschap, Catalonië en Aragón, dat volgens haar inmiddels meer dan 7.000 gecatalogiseerde bomen boven 350 centimeter stamomtrek op 1,30 meter telt, en dat de FAO in 2018 aanwees als Globally Important Agricultural Heritage System. De boom wordt nog steeds geoogst: de Diari de Tarragona, in zijn verslag van de prijs, noteert tot 160 kilo olijven in sommige jaren. Zijn juridische positie volgt automatisch uit zijn omvang, niet uit enig individueel decreet. Artikel 4 van de Valenciaanse wet 4/2006 van 19 mei over monumentaal bomenerfgoed verklaart generiek beschermd, "sin necesidad de resolución singularizada", elke boom in de Valenciaanse Gemeenschap met een stamomtrek van zes meter of meer, gemeten op 1,30 meter van de voet, naast andere drempels; met 7,70 meter zit deze boom daarboven. Er is geen individuele vermelding voor hem gevonden in de Catálogo de árboles monumentales y singulares de la Comunitat Valenciana, waarvan de laatst gepubliceerde update van 23 maart 2023 dateert.
Uit het openbare register: aemo.es · tauladelsenia.es · santjordi.es · oliveresmillenaries.com · diaridetarragona.com · boe.es · mediambient.gva.es
Boomportret
Olivo Mil·lènia
Godall, Tarragona, Spanje · Sénia-inventaris nr. 3.715, stam 7,04 m op 1,30 m; AEMO Mejor Olivo Monumental de España 2021
De boom staat twee kilometer buiten Godall, in de Montsià, naast de weg TV-3313 van Godall naar Ulldecona, op een landgoed van Alexis Albiol, die ook burgemeester van Godall is en de gemeentelijke landbouwcoöperatie leidt. De Ruta de los Olivos Milenarios vermeldt hem als nummer 3.715 in de Sénia-inventaris, de grootste van de 146 duizendjarige olijfbomen die in Godall zijn geïnventariseerd, met zeven meter stamomtrek op 1,30 meter van de grond; het verslag van dezelfde route over de AEMO-prijs geeft 7,04 meter. AEMO beschrijft hem als het ras Farga, geënt op wilde olijf. Het landgoed werd ingericht als bezoekbaar gebied van duizendjarige olijfbomen onder een overeenkomst tussen de eigenaar, de gemeenteraad, de Mancomunitat Taula del Sénia en de coöperatie, en de boom staat dicht bij het tracé van de Romeinse Via Augusta.
Zijn leeftijd is een toeschrijving, en die toeschrijving wordt in het dossier zelf betwist. De Mancomunitat en de Ruta de los Olivos Milenarios schrijven de datering van de boom op het jaar 1018 beide toe aan de Universidad Politécnica de Madrid, wat hem ten tijde van de prijs 1.003 jaar oud maakte. AEMO's eigen besluitdocument van 2021 stelt daarentegen dat de levensduur "certificada la Universidad Complutense de Madrid" was. Elk ander stuk over de Sénia-dateringen noemt de Politécnica; een verzoening van de twee toeschrijvingen is nergens opgedoken. In 2017 hield het dorp een verjaardagsfeest voor de boom met duizend kaarsen.
De naam is recent en gedocumenteerd. Schoolkinderen in Godall kozen hem tijdens het project European Heritage Stories van de Mancomunitat Taula del Sénia, dat in 2018 onder dat programma een subsidie ontving met de Mancomunitat als begunstigde en coördinator, en dat een wetenschappelijk congres omvatte, "The Ancient Olive Trees, European Heritage Stories", gehouden in Ulldecona in november 2018; lessen in de klas over behoud werden gevolgd door een bezoek waarbij de leerlingen de stam opmaten. AEMO vermeldt de naam korter, als gekozen in Godall ter markering van het duizendjarig jubileum van de boom.
AEMO kondigde de prijs op 1 juli 2021 vanuit Córdoba aan. De jury noemde een stam van zeven meter omtrek, een kroon die op die leeftijd tot 120 kilo olijven kan voortbrengen, en het werk dat de eigenaar, het Ayuntamiento de Godall en de Mancomunitat rond de boom deden — poëtisch-muzikale wandelingen, bewegwijzering in het paraje, en schoolbezoeken waarbij leerlingen zijn geschiedenis horen en zijn olie proeven. De kandidatuur werd gezamenlijk ingediend door de familie Albiol, de Mancomunitat, de gemeenteraad en de coöperatie van Godall, in een gemeente waar de olijfgaard veertig procent van het oppervlak beslaat. De prijs werd in september van dat jaar uitgereikt op de beurs Expoliva in Jaén. Het document van AEMO is gekopt als de XVIII prijs, wat niet past in de volgorde van zijn eigen andere stukken, waarin 2016 de tiende editie was en 2024 de achttiende. De vruchten gaan naar de Cooperativa de Godall, die ze perst als haar premium Làcrima Olea Mil·lenària onder het garantiemerk Aceite Farga Milenaria van de Mancomunitat.
Aan de Catalaanse kant van het territorium is de bescherming wettelijk in plaats van individueel. Llei 6/2020, van 18 juni, over de bescherming, het behoud en de valorisatie van monumentale olijfbomen en olijfgaarden, gepubliceerd in de DOGC van 23 juni 2020, nummer 8160, merkt elke olijf met een stamomtrek gelijk aan of groter dan 350 centimeter op 130 centimeter van de grond, of met een leeftijd van 350 jaar of meer, als monumentaal aan, en verbiedt het rooien en verkopen ervan. De Generalitat tekent aan dat haar individuele dossiers voor monumentale bomen monumentale olijven bewust uitsluiten; die worden apart gecatalogiseerd door het Departament d'Agricultura, Ramaderia, Pesca i Alimentació naarmate dat werk vordert; een individueel dossier voor deze boom bestaat daar nog niet. De eerste Catalaanse telling van monumentale olijven, gepresenteerd in juni 2025, telde 4.160 bomen, waarvan 3.989 in de Terres de l'Ebre en 3.509 alleen al in de Montsià.
Uit het openbare register: aemo.es · oliveresmillenaries.com · europeanheritagedays.com · mediambient.gencat.cat · portaldogc.gencat.cat · tauladelsenia.es
Boomportret
Olivo recuperado de Cervera del Maestre
Cervera del Maestre, Castellón, Spanje · Sénia-inventaris nr. 233, stam 6,95 m op 80 cm; AEMO Mejor Olivo Monumental de España 2024
De boom staat in het paraje dat bekendstaat als la Laguna, of la Llacuna, op een lage heuvel boven Cervera del Maestre en zijn middeleeuwse kasteel, in de Baix Maestrat. De Ruta de los Olivos Milenarios vermeldt hem als nummer 233 in de Sénia-inventaris en presenteert hem uitdrukkelijk als voorbeeld van het herstel van verlaten olijfbomen. De Mancomunitat Taula del Sénia geeft zijn stamomtrek als 695 centimeter op een hoogte van 80 centimeter van de grond — een afwijkende hoogte voor deze inventaris, die elders op 130 centimeter meet — en noemt hem een van de grootste van de 219 duizendjarige olijfbomen in de gemeente. Hij is van het ras Farga.
De leeftijd wordt alleen vermeld als een bereik en alleen door de lichamen die het naar voren hebben gebracht. De Mancomunitat geeft ongeveer 1100 tot 1200 jaar en plaatst de oorsprong in de tiende eeuw, samen met de islamitische periode op het schiereiland. AEMO's eigen besluit van 2024 is nog voorzichtiger, zeggende dat de oorsprong valt samen met de tiende eeuw, "donde se cree que fue plantado," en dat de plant werd voortgebracht "hace más de 1000 años." Voor deze boom is geen dateringsonderzoek uitgevoerd of gepubliceerd.
Wat wél in detail vastligt, is het herstel. De boom stond jaren verlaten. Vanaf 2019 werd hij teruggehaald en weer in productie genomen onder het olijfherstelwerk van het Sénia-territorium, gedreven door de Mancomunitat Taula del Sénia en de Asociación Territorio Sénia samen met de gemeenteraad, en ingericht, in de woorden van de Mancomunitat, voor agrarisch, ecologisch, toeristisch, cultureel en sportief gebruik. De eigenaar is de Fundación Cayac–Maestrazgo, met als secretaris de burgemeester van Cervera, Adolf Sanmartín Besalduch. Tijdens de Jornadas del Molí de l'Oli in 2021, 2022 en 2023 werd het programma bij de historische molen van de plaats uitgebreid met een bezoek aan de boom, waar klassieke muziek werd opgevoerd in een natuurlijk amfitheater van strobalen, gevolgd door een proeverij voor de aanwezigen.
AEMO kende hem de XVIII Premio al Mejor Olivo Monumental de España 2024 toe. De jury bestond uit Angjelina Belaj en Francisco González van het IFAPA Alameda del Obispo in Córdoba, met José Mª Penco voor AEMO als secretaris, en haar besluit prees de kroon met grote diameter en de stam waaruit een oude afgebroken tak tevoorschijn komt; het stelde dat de prijs werd gegeven omdat de eigenaren van het landgoed een verlaten boom hadden teruggewonnen, en voor het gezamenlijke werk van de eigenaar, de gemeenteraad en de Mancomunitat vanaf 2019. De kandidatuur werd gezamenlijk ingediend door de Fundación Cayac–Maestrazgo, de Mancomunitat en de Asociación Territorio Sénia. Het document van AEMO spelt de gemeente "Cerverá del Maestre". De prijs werd uitgereikt op de XXII Feria del Olivo de Montoro. De FAO noteerde hem als de zevende AEMO-prijs voor een olijf van het Sénia-territorium, dat zij in 2018 aanwees als Globally Important Agricultural Heritage System.
Geen enkel individueel beschermingsinstrument dekt het. Artikel 4 van Valenciaanse wet 4/2006 van 19 mei verleent algemene bescherming, zonder individuele resolutie, aan bomen die gelijk zijn aan of groter zijn dan zes meter stamgrens, gemeten op 1,30 meter van de basis; de enige gepubliceerde perimeter voor deze boom werd genomen op 80 centimeter, zodat de wettelijke drempel er niet tegen kan worden gecontroleerd.
Uit het openbare register: aemo.es · tauladelsenia.es · oliveresmillenaries.com · fao.org · interempresas.net · boe.es
Boomportret
Olijf van Xyliatos (Potima)
Potima, Xyliatos, district Nicosia, Cyprus · ~800 jaar toegeschreven; beschreven als de oudste olijf van Cyprus; onder bescherming van het Forest Department, 2004
De boom staat op de plek Potima, bij het dorp Xyliatos in het district Nicosia. Cyprus Island plaatst hem in het gebied Potima en noemt hem de eeuwige olijfboom van het district.
De boom wordt beschreven als de oudste olijfboom van Cyprus. in-cyprus schrijft dat hij 'wordt beschouwd als de oudste olijfboom van Cyprus, en tegelijk de boom met de langste diameter', op 800 jaar, en Cyprus Island herhaalt het cijfer van 800 jaar. Geen geopende bron noemt een persoon of instelling achter de schatting, en er is geen ringtelling of laboratoriumdatering gevonden.
Bij de metingen gaan de bronnen uiteen. in-cyprus noteert een omtrek van 13 meter en een hoogte van 6 meter, en het Centre of Visual Arts and Research in Nicosia noteert dezelfde omtrek van 13 meter. Cyprus Island geeft een hoogte van 60 meter, die elke andere bron tegenspreekt en die hier wordt opgevat als een fout voor 6 meter, en beschrijft de boom als de grootste in diameter. De Tree of the Year 2012-flyer van het Department of Forests zou de stamomvang als 12,80 meter geven; de pdf van de flyer kon hier niet worden geopend en gaf HTTP 400 terug. Een ondergrens van 10 meter uit de aanzetgegevens van dit project is in geen enkele geopende bron teruggevonden.
De bescherming is in één bron gedateerd. Cyprus Island stelt dat de boom in 2004 onder de bescherming en het onderhoud van het Forest Department kwam, na de inspanningen van het gemeenschapsbestuur van Xyliatos. in-cyprus tekent dezelfde gang van zaken op zonder jaartal, na 'vele inspanningen van de gemeenschapsraad van Xyliatos'. Het Department of Forests wordt in het in-cyprus-stuk aangehaald als uitvaardiger van een decreet dat zulke bomen 'wetenschappelijk, historisch, cultureel en educatief belangrijk' zijn en 'belangwekkende exemplaren van hun soort vormen, hetzij door hun leeftijd, hetzij door hun uitzonderlijke omvang'. In geen van beide bronnen staat een besluitnummer of staatsbladverwijzing voor het decreet.
De boom past in het bredere Cypriotische patroon dat in het portret van de oude olijfbomen van Cyprus in dit bestand is beschreven. Oude olijven met holle stammen heten frankoelies of apostolitzi, en het Department of Forests beschermt ze op grond van ministeriële beschikking en bij dienstdecreet. De boom van Xyliatos is degene die het meest consequent als de oudste olijf van het eiland wordt beschreven.
Het bronnendossier is dun op methode. Voor de omvang van 13 meter wordt geen meethoogte gegeven, er zijn geen toestandsrapport, geen opnamedatum en geen bezoekersregeling gevonden, en of er olie uit de boom wordt geperst staat nergens vermeld.
Uit het openbare register: web.archive.org · cyprusisland.net · en.philenews.com
Geen enkele leeftijd op deze pagina geven wij als feit. Waar een dateringsstudie bestaat, worden haar instelling en methode genoemd; waar alleen een claim bestaat, wordt genoemd wie hem maakt; waar bronnen uiteenlopen, wordt de spreiding gegeven. Stammetingen staan vermeld zoals het register of de survey ze publiceert.